Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 221

2 minuten leestijd

W. A. VAN ES

177

in het zuiden van ons land geheel. Natuurlijk bedoelen wij niet te zeggen, dat in de laat-Romeinse tijd het christendom in het zuiden van ons land niet zou voorkomen. In Maastricht was het er zeker, maar met zuiver archeologische middelen kan het ten onzent nog nergens met zekerheid worden aangetoond. Wel kan in het algemeen geconstateerd worden, dat zich in de laat-Romeinse tijd in de westelijke provincies (waaronder het zuiden van ons land) enorme veranderingen in het grafritueel voltrokken. Geen van deze veranderingen is onder de directe invloed van de christelijke religie ontstaan. De oorzaken lagen veeleer in een complex van factoren, waarvan het christendom er slechts één was. Aan het einde van de vierde eeuw schijnt zich dan bij de provinciaalRomeinse bevolking, dat wil zeggen in eerste instantie in de steden, een vaste vorm van dodenbestel als overheersend ingeburgerd te hebben, te weten de W-O inhumatie, veelal zonder bijgaven. Dit was de provinciaal-Romeinse zede geworden en het zij nog eens herhaald, dat men geen christen behoeft te zijn om deze vorm toe te passen. Het ligt echter bij de steeds voortgaande vervaging van de grens tussen romanitas en kerk voor de hand, dat de „Romeinse" begrafenisvorm met de christelijke gelijk gesteld werd; de christelijke interpretatie was inmiddels waarschijnlijk al uitgekristalliseerd. De Frankische immigratie kort na 400 bracht grote veranderingen in het cultuurpatroon van het noordwestelijk deel van het voormalige Romeinse rijk, veranderingen die al meer dan een eeuw lang door de vestiging van Germanen op Romeins grondgebied, als laeti of dediticii, waren voorbereid. Helaas raakt de archeoloog in ons gebied nu voor ongeveer honderd jaar het spoor bijster: vijfde-eeuwse graven zijn in zuidelijk Nederland zo goed als geheel onbekend. De enige uitzondering vormt het grafveld in de Pandhof van St.-Servaas te Maastricht, dat een continuïteit te zien geeft van de derde eeuw tot in de moderne ijd. 21 Qp de vierde-eeuwse W-O graven, die nog vaak bijgaven bevatten, volgt hier een „laag" vondstloze W-O graven, die overdekt worden door weer bijgaven voerende georiënteerde inhumaties uit de zesde en zevende eeuw. De vondstloze laag mag dus in de vijfde eeuw gedateerd worden; deze graven zetten de provinciaal-Romeinse traditie voort en demonstreren het voortbestaan te Maastricht van een restant van romanitas. Er woonden te Maastricht in de vijfde eeuw ook zeker christenen. Timmers dateert de bij de opgraving in 1954 ontdekte fragmentaire grafsteen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 221

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's