Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 219

3 minuten leestijd

W. A. VAN ES

175

zijn. In de loop van de vierde eeuw blijkt vooral in de stedelijke centra de W-O oriëntatie de andere grafrichtingen verdrongen te hebben. Daarin ziet men vrijwel algemeen de uitbreiding \an het thans tot staatsgodsdienst geworden christendom weerspiegeld. Ook voor Nierhaus is sinds 350 de W-O inhumatie de bij uitstek christelijke bijzettingsvorm. ^'^ Hoewel, voor zover wij zien, ook hier een positief bewijs nog ontbreekt, achter wij het niettemin waarschijnlijk, dat in deze periode reeds een christelijke interpretatie van de in oorsprong niet specifiek christelijke oriëntatie van de graven heeft plaatsgevonden; een analoge ontwikkeling ontmoetten wij reeds bij de overgang van crematie op inhumatie. Het lijkt ons echter te ver gaan te veronderstellen, dat de W-O richting in de vierde eeuw het exclusieve recht van de christenen geweest is. Zeker in het geval van Nijmegen, waar aan het eind van de vierde eeuw nog zeer verschillende grafrichtingen tezamen worden aangetroffen. De W-O richting van een individueel graf is dus zelfs aan het einde van de Romeinse tijd nog geen absoluut zeker criterium van christendom. Een derde argument dat in de sti'ijd geworpen wordt is het gaan ontbreken van grafgiften. In de duizenden jaren oude gewoonte om de graven met bijgaven uit te rusten komt in de laat-Romeinse tijd een kentering. Tegen het einde van de vierde eeuw ontmoet men vele „lege" graven. Krachtige argumenten verbieden hierin een specifiek christelijke invloed te bespeuren. Reeds ver voor de vierde eeuw komen vondstloze graven voor. Het ontbreken van grafgiften behoeft niet altijd een religieuze achtergrond te bezitten, maar zal in vele gevallen in sociale en economische omstandigheden zijn verklaring vinden. Het afschaffen van de grafgiften, die toen wellicht in brede lagen van de bevolking als een zinloze - maar kostbare! conventie beschouwd werden, wordt ook in niet-christelijke kringen geconstateerd. Het gebruik loopt ook bij de crematiegraven terug, is Verder vindt men niet alleen W-O inhumaties zonder bijgaven, maar ook vondstloze graven met andere richtingen. Tenslotte, wellicht het belangrijkste argument: er zijn ondubbelzinnige voorbeelden bekend van christelijke graven met bijgaven. Zo kwamen in Trier laat-Romeinse sarcofagen te voorschijn, waarin blijkens de opschriften christenen bijgezet waren; deze hadden munten meegekregen. i9 Munten om te dienen als betaling aan de veerman van de doodsrivier zijn duidelijk „echte" bijgaven, maar het zijn allerminst specifiek christelijke bijgaven. We moeten dus wel constateren, dat ook in dit opzicht de kerk zich bij de geldende gewoonten aansloot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 219

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's