1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 228
184
GRAFRITUEEL EN KERSTENING
westelijk kustgebied en in het midden van het land in de eerste helft van deze eeuw; in het noorden en oosten eigenlijk pas na 750. Over het grafritueel uit de Romeinse tijd valt weinig mee te delen, zolang er nog vrijwel geen graven gevonden zijn. Er zijn zwakke aanwijzingen voor begraving en er is reden om crematie te veronderstellen. ^4 De situatie herinnert aan de vierde- en vijfde-eeuwse Saliërs in zuidelijk Nederland en het westen van België. Aan het einde van de Romeinse periode, omstreeks 400, verschijnen in het noorden voor het eerst sinds eeuwen weer graven en wel op ver uiteenliggende punten; in het Fries-Groningse kustgebied (de Angel-Saksische grafvelden), op de Drentse zandgronden (bijvoorbeeld Midlaren, 45 Aalden, 46 Looveen bij Wijster 47) en ook aan de Rijn, zoals Rhenen, 48 Wageningen 49 en Leersum. so Het ontbreken van gelijktijdige graven in Overijssel en het noorden van Gelderland is zonder twijfel een Forschungslücke. Crematies in de vorm van urnbijzettingen of Brandgruben en inhumaties met verschillende richtingen treden veelal tezamen in bovengenoemde grafvelden op; gemischt-belegte Graberfelder is daarvoor de Duitse term.
Zeer karakteristiek voor de noordelijke kleistreken is het grafveld van Hoogebeintum. 52 Het is nog steeds een opmerkelijk grafveld; ten tijde van zijn ontdekking in 1905 veroorzaakte het sensatie. Op de paasdagen van dat jaar, meldt Boeles, heeft het op de terp zwart gezien van . . . ,,de wielrijders, die van alle kanten kwamen opdagen om toch iets van de opgravingen te zien". Ook de Leidse archeoloog J. H. Holwerda reisde naar Hoogebeintum en zag aldaar zijn eerste terp. Het was de moeite waard. Hoogebeintum leverde meer dan 80 urnen en minstens 37 skeletten. De eerste dateren deels uit de vijfde eeuw, deels uit de zevende en achtste; de zesde eeuw is aan de urnen niet goed te herkennen. Onder de inhumaties is eveneens aan de ene kant de vijfde eeuw en aan de andere kant de zevende/achtste eeuw vertegenwoordigd. Het grafveld stelt de vraag naar de continuïteit. Zoals in het zuiden de vijfde eeuw, zo onttrekt in het noorden de zesde eeuw zich tot op heden aan de kennis der archeologen. Het probleem heeft momenteel de volle aandacht en wordt van Engelse, Duitse en Nederlandse zijde benaderd. Ik moet mij ervan weerhouden hier thans nader op in te gaan. Het zou alleen al voldoende stof bieden voor een oratie of eerder nog voor een dissertatie. De skeletgraven van Hoogebeintum vertonen verschillende rich-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's