1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 253
G A LINDEBOOM
205
van zijn geloof en de zorg voor zijn kudde Zoals met anders te verwachten, lagen bij hem de innerlijke motieven van zijn opgeven van alle natuurwetenschappelijke bezigheid weer anders dan bij Pascal en bij Swammerdam Misschien maakt zijn houding m en na de geestelijke crisis, die hij doormaakte, een meer gezonde, evenwichtigere indruk vergeleken bij Swammerdam Het IS verleidelijk nog even door te mijmeren over de radicale verandering in de houding ten opzichte van de wetenschap, die zich bij die drie geniale mannen van de wetenschap. Pascal, Swammerdam en Steno voltrokken heeft binnen een tijdsbestek van misschien vijftien jaar Wij zijn geneigd vooral te zien op de schade voor de wetenschap wat hadden zij, ook bij hun korte levens, met de hun geschonken gaven, niet nog kunnen presteren op wetenschappelijk gebied Wat een verlies voor de wetenschap' Hoe konden zij later het wetenschappelijk werk beschouwen als een beuzelachtige bezigheid, gezien tegenover de eeuwigheidswaarden, die de mens door genade ten deel kunnen vallen' Ook al hebben zij steeds bij hun onderzoek van de natuur deze als Gods schepping gezien, toch zijn zij dat op zeker tijdstip gaan beschouwen als een werelds bednjf, dat hen af hield van het bezig zijn met de eeuwige dingen Mag ik zeggen, dat zij de seculariserende invloed van de beoefening der natuurwetenschap ondervonden' Of moet ik zeggen, dat ZIJ de hbido sciendi, het streven naar het lessen van de dorst naar wetenschappelijke kennis, welke juist bij de hoogbegaafden zeer sterk kan zijn, hebben ondervonden als een gevaar voor hun innerlijk godsdienstig leven, voor de liefde tot God, de amor Dei en de navolging van Christus, de imitatio Christi' Maar — zouden de gewetensworstelmgen van Pascal, van Swammerdam en van Steno, die ten opzichte van de wetenschapsbeoefening hadden kunnen zeggen luctor et emergo, er ons niet op kunnen wijzen, dat het niet goed is wanneer het gehele leven beheerst wordt door de wetensdrift, evenmin als het streven naar lust, bezit of macht dit mag doen' Ik heb wel eens gehoord, dat de oude Jan Woltjer, die eminente taalgeleeide, op zijn sterfbed zich afvroeg, of de liefde tot Jezus zijn zo werkzaam leven met meei had moeten vervullen Er blijft een spanning m de geest van de intellectuele Christen tussen geloof en wetenschap, met alleen omdat het geloof een kruis is voor het hoogmoedig denken, maar ook omdat er m het gemoed van de gewone sterveling niet al te veel plaats is voor hartstochtelijke liefde Van het pietisme met zijn heimwee naar de diepe, het gemoed vervullende vroomheid van de eerste Christenen is geen aandrang tot natuurwetenschappelijk onderzoek te verwachten Toch blijft de vraag, waarom die drie grote geleerden en oprechte Christenen in de eeuw na de Reformatie, die de weg toch juist vrij — of althans vrijer — gemaakt had voor het onderzoek der natuur, hun succesvolle wetenschappelijke bezigheid vaarwel zeiden, als m strijd met hun innerlijke roeping als christen Konden zij dat onderzoek der natuur dan niet, m de geest der Reformatie, zien als een opdracht, een goddelijke opdracht' Misschien zouden ze die in het algemeen wel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's