1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 186
146
GEDRAGSONDERZOEK AAN DIEREN
hebben, dat we ons afvragen of de mens bij de veranderingen, die hij in zijn milieu aanbrengt, in conflict kan raken met milieu-eisen die in de fundamentele mechanismen van zijn gedrag zijn vastgelegd. Dit alles leidt tot de meer algemene vraag welke beveiligingen de mens heeft (of kan opbouwen) tegen zijn eigen denkvermogen en initiatieven. Wanneer wij die vraag trachten te beantwoorden, moeten wij ons allereerst realiseren, dat de mens ten behoeve van zijn gedrag niet alleen over informatie beschikt, die in de loop der evolutie is verkregen en in de genen is vastgelegd, of die in de loop van het eigen leven is verkregen door ervaring (leren), maar bovendien informatie ontvangen kan door overdracht in woord of geschrift van een oudere generatie. Overdracht van informatie van generatie op generatie — en dit is eigenlijk wat men onder cultuur verstaat — is niet uniek voor de mens. Hierop berustende gedragsverschillen zijn bekend tussen apen, die onder uiteenlopende oecologische omstandigheden leven; zij zijn vooral in Japan (Kawai, 1965) goed onderzocht. Deze vorm van informatie-overdracht kan zich echter pas goed ontwikkelen met behulp van een echte taal (Bastian, 1965). Wij mogen wel aannemen, dat wij in deze vorm van informatieoverdracht een grote vrijheid hebben. Wij dienen er echter toch rekening mee te houden, dat — als beveiligingsmechanisme — toch ook een belangrijk deel ervan genetisch wordt geprogrammeerd. Aanwdjzingen hiervoor zou men kunnen putten uit de grote mate van overeenstemming die bij van elkaar geïsoleerde menselijke populaties in vele belangrijke leefregels van generatie op generatie worden doorgegeven. Vele van deze regels hebben een hoge selectiewaarde voor de overleving van het individu en dus van de soort, doordat zij de relatie tot soortgenoten regelen en het ernstig benadelen van soortgenoten beperken (moraal). Men kan echter ook de stelling verdedigen, dat zulke leefregels bij verschillende populaties zich parallel hebben ontwikkeld, doordat zij zo'n hoge overlevenswaarde bleken te hebben. Bovendien behoeft de ene mogelijkheid de andere niet uit te sluiten; er zou een in elk individu vastgelegde basis kunnen zijn waarop verschillende culturen kunnen worden gesuperponeerd. Wanneer we er niet van uitgaan, dat de mens over een uniek gedragsmechanisme beschikt waarbij hij door een volkomen vrije bewuste wil volledige vrijheid van mogelijkheden heeft, maar ook het menselijk gedrag althans voor een belangrijk deel zien als een produkt van de evolutie, dan kan gedragsonderzoek aan dieren voor het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's