1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 183
G. P. BAERENDS
143
vallend gelijke vorm voor te komen, (van Lawick-Goodall, 1968) evenals men eenzelfde Erbkoordination uit het dreig-repertoire van een zilvermeeuw ook bij verwante meeuwensoorten in dezelfde basisvorm terugvindt. Voor het bestaan van gedragssystemen bij de mens zijn ook door psychiatrisch onderzoek argumenten geleverd (psycho-analyse: Fletcher, 1957; Kaufman, 1960). De verschijnselen, die typisch zijn voor een conflict tussen zulke systemen (ambivalentie, omrichten en oversprong) komen ook bij de mens voor. Reeds Darwin (1872) heeft er op gewezen, dat veel van de menselijke mimiek als ambivalentie is te verklaren. Het omrichten ziet men bij iemand die in woede op zijn gesprekspartner met de vuist op de tafel slaat. Als overspronghandelingen bij de mens kan men zeer vaak toiletgedrag zien optreden, zoals manipulaties aan het haar, het snuiten van de neus, krabbewegingen, enz. Zeer veel gedragingen omvatten naast somatisch motorische spieractiviteiten verschijnselen die vooral door het vegetatieve zenuwstelsel worden beheerst, zoals veranderingen in de doorbloeding van lichaamsgedeelten (blozen), het oprichten van haren, veranderingen in de adembewegingen, een neiging tot braken, enz. Men dient er rekening mee te houden, dat zulke vegetatieve componenten ook bij conflicthandelingen kunnen zijn betrokken. Er is een mogelijkheid langs deze weg het optreden van maagzweren, asthma, verhoogde bloeddruk of psychogene jeuk (Baerends, 1968) te begrijpen (Groen, 1955). De proeven met hoenders en apen aan wie in de loop van hun individuele ontwikkehng ervaring werd onthouden, leveren verschijnselen op die zoveel op menselijke psychopathologische afwijkingen lijken, dat van een dergelijke experimentele gedragspathologie aan dieren beslist belangrijke resultaten voor de mens zijn te verwachten. Tenslotte ziet het er naar uit, dat ook de mens beschikt over informatie verwerkende mechanismen van een aard zoals die bij dieren zijn gevonden. Ook bij de mens doet zich het verschijnsel voor, dat objecten, zoals b.v. een baby (Gardner en Wallach, 1965), een man of een vrouw (Rensch, 1963), in eerste instantie worden herkend aan enkele typische kenmerken met een hoge waarde. Dit komt b.v. tot uiting in de kunst en in de mode, waarbij we dan heel vaak zien dat dergelijke kenmerken tot in het abnormale overdreven worden. Ook de gevoeligheid voor supemormaliteit komt dus bij de mens voor. Voor reclamedoeleinden gebruikt men dit verschijnsel reeds enige tijd, b.v. voor het aantrekkelijk maken van artikelen op een super-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's