1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 153
H. LOMAN
117
toepassing van thermische energie gepropageerd. Hij leidde in een typisch experiment methaan via een geconcentreerde ammoniakoplossing door een kwartsbuis, gevuld met kwartszand of silicagel, dat op circa 1000C werd verhit. De reactieprodukten, waarschijnlijk de aminozuumitrillen, dat zijn tussenprodukten op weg naar de aminozuren, werden opgevangen in een verdunde ammoniak-oplossing. Deze oplossing werd vervolgens verwarmd op 70C, waardoor de nitrillen omgezet werden in de aminozuren. Bij analyse bleek, dat 14 van de 20 natuurlijke aminozuren waren ontstaan. Behalve voor glycine en alanine waren de opbrengsten echter maar klein. Verhoging van de temperatuur in de eerste fase van het proces van 950C naar 1050 C heeft een aanzienlijke verhoging van de opbrengst van vrijwel alle aminozuren tot gevolg, in het bijzonder van glutaminezuur en asparaginezuur, ten koste van de opbrengst van glycine. Fox heeft het evenwel niet gelaten bij het aantonen, dat aminozuren konden ontstaan. Hij heeft ook geprobeerd de aminozuren te polymeriseren tot polypeptiden, al weer onder invloed van warmte. Deze thermische polymerisatiereacties bleken alleen maar goed te gaan, dat wil zeggen te verlopen zonder storende nevenreacties zoals de ontleding van aminozuren, in aanwezigheid van een aanzienlijke overmaat al weer van glutamine- en asparaginezuur. Opvallend is dat deze twee aminozuren ook het meest voorkomen in natuurlijke eiwitten. Hij verhitte zo bijvoorbeeld een droog mengsel van 18 natuurlijke aminozuren op een stuk lava of gewoon in een glazen vat op temperaturen in de buurt van 150C en vond na een aantal uren een stroperige licht-bruin gekleurde vloeistof. Deze vloeistof bleek bij analyse voor enkele tientallen gewichtsprocenten uit polymeren te bestaan met molecuulgewichten van vele duizenden. Dat hier sprake was van polymeren die de peptide binding bevatten bleek o.a. uit het absorptiespectrum in het infrarood. Ook hydrolyse reacties met minerale zuren of eiwitsplitsende enzymen verlopen op voor eiwitten karakteristieke wijze. Het meest opvallende van deze eiwitachtige stoffen, door Fox proteinoïden genoemd, is evenwel dat het niet zo maar willekeurig gevormde polymeren van het uitgangsmengsel van aminozuren zijn. In deze proteinoïden blijken de samenstellende aminozuren in duidelijk andere gewichtspercentages aanwezig te zijn dan in het aminozuurmengsel waarvan werd uitgegaan. Dit betekent dat de volgorde van de aminozuren in de proteinoïden niet geheel willekeurig is, hetgeen bevestigd wordt door het feit dat de proteinoïden gescheiden kunnen worden met behulp van een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's