Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 191

2 minuten leestijd

W. K. VAN DIJK

151

Uiteraard kunnen wij met deze constatering in deze simpele vorm weinig beginnen. Maar wel kan deze grondnotie ons van dienst zijn als uitgangspunt voor een meer systematische analyse van het verschil tussen ziek en gezond functioneren. Laten wij bij onze analyse uitgaan van een duidelijk geval van ziekte en dit contrasteren met het functioneren van de betrokken patiënt vóórdat hij ziek werd en nadat de ziekte genezen is. We kiezen als voorbeeld iemand die lijdt aan een flinke griep. 1. In de eerste plaats kunnen we constateren dat de zieke gekenmerkt wordt door een zekere onmacht. De ziekte overvalt de mens, houdt hem in zijn greep en berooft hem in zekere zin en tot op zekere hoogte van zijn vrijheid. De term vrijheid gebruiken wij hier in de meest voor de hand liggende betekenis van: vrijheid tot initiatief en vrijheid tot keuze, zoals wij die in ons leven en beleven van alle dag ondervinden. Ziekte, zo kunnen wij kort formuleren, impliceert onvrijheid. 2. Bij ziekte zien we een verandering van functioneren, die we in principe kunnen karakteriseren als een vermindering, een tekort schieten. Ziekte waarderen we als iets negatiefs, we taxeren haar als een minus-vorm. We kunnen spreken van een para-functie, die we waarderen als een dysfunctie. We constateren, dat bij ziekte sprake is van functionele insufficiëntie of deficiëntie. Al naar de aard en de ernst van de ziekte betreft dit min of meer uitgebreide functie-gebieden of reeksen. Op organisch en organismisch niveau zien we hoe simpele handelingen als lopen of zitten bemoeilijkt of onmogelijk worden. Op psychisch vlak raakt het affectief en sensitief functioneren gestoord: apathie en prikkelbaarheid b.v. zijn bekende verschijnselen. De leefwereld verkleint zich, de horizon krimpt in tot het kussen en de lakens. De geestelijke interesse en het geestelijk functioneren verarmt: de Kirchliche Dogmatiek van Karl Barth of de Don Giovanni van Mozart vermag ons niet meer te boeien, zij vermoeien ons of vervullen ons zelfs met walging. Kortom: ziekte betekent functionele deficiëntie en insufficiëntie. 3. Letten we op de zieke als eenheid dan valt op, dat de innerlijke samenhang en geïntegreerde totaliteit van het functioneren min of meer uiteen valt: de biotisch-psychisch-geestelijke éénheid is niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 191

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's