Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 192

2 minuten leestijd

152

HET MENSELIJK GEDRAG

meer wat zij was. We kunnen spreken van een zekere desorganisatie of desintegratie. Bij een ijlende griep-patiënt is het begrip desintegratie zeer goed van toepassing. Natuurlijk is hier een grote rijkdom aan variaties, al naar de aard en de ernst van de ziekte. Soms is er een diepgaande psychische en geestelijke desintegratie terwijl er puur lichamelijk weinig aan gestoorde functies is te vinden; soms, omgekeerd, is er een lichamelijke afbraak, terwijl de geest rijker en rijper functioneert. Maar juist dit zijn voorbeelden van uiteen vallen van de éénheid van de mens, van desintegratie. Wij formuleren schematisch: ziekte impliceert desorganisatie of desintegratie. 4. Richten we de aandacht op het functioneren van de mens in relatie tot zijn milieu, dan ontdekken we een deficit in de aanpassing. Vooral wanneer wij ons realiseren, dat aanpassing niet synoniem is met een zich passief conformeren, noch opgaat in een reactief aangedaan worden door de situaties in de buitenwereld, doch inhoudt een initiatief nemend gedrag, waarbij actieve en passieve houdingen, instellingen, strevingen en handelingen in een zinvol over-en-weer met de buitenwereld een rol spelen, wordt duidelijk, dat de adaptatie bij ziekte insufficiënt of deficiënt raakt. Men kan formuleren: de mens is bij ziekte min of meer uitgevallen uit zijn gezin, zijn werk, zijn vriendschappen, zijn functioneren in groepen. Kort gezegd: ziekte is desadaptatie, waarbij we rekening dienen te houden met een grote variabiliteit in vorm en intensiteit hiervan bij verschillende ziektetoestanden. 5. De mens is in belangrijke mate gericht op de toekomst. Wat wil of moet ik straks doen, wat gaat er morgen gebeuren, hoe zal ik mijn vacantie inrichten, hoe zal het het volgend jaar, over 10 jaren zijn? De mens is bezig met zijn toekomst en antecipeert daarop. Bij ziekte is deze intentionele gerichtheid vaak verstoord: de toekomst is afgesloten en wordt juist daarom vaak hartstochtelijk of krampachtig nabij gewenst of gefantaseerd. Het heden en het verleden, dat in de normale toestand vanzelfsprekend aanwezig was en mee functioneerde, zijn zelfstandig geworden. De zieke kan vervallen aan het heden door hevige pijn of door een in de vitale sfeer gelegen gevoel van een zich onwel bevinden. Hij kan overgeleverd raken aan het verleden juist doordat het heden onverdragelijk, of de toekomst onbereikbaar is geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's