1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 150
114
CHEMISCHE EVOLUTIE
volgens in staat vast te stellen dat de elementen koolstof, stikstof en zuurstof in aanwezigheid van waterstof in gereduceerde toestand op de afgekoelde aarde aanwezig geweest moeten zijn en wel als de gassen methaan, ammoniak en water(damp) (6). Dat de vroegere aardatmosfeer in de loop van enkele miljarden jaren van reducerend oxyderend is geworden, volgt ook uit vergelijkend onderzoek aan bepaalde zeer oude en jongere sedimenten (cf ref. 5). Met name de meting van de verhouding van de gereduceerde en geoxydeerde vorm van ijzerionen in deze sedimenten verschaft argumenten voor reductieve verweringsprocessen in de oudere afzettingen. Als indirect argument voor een reducerende oorspronkelijke aardatmosfeer wordt nog wel eens aangevoerd, dat als er vrije zuurstof aanwezig was geweest, het ontstaan van de verbindingen, waarin we geïnteresseerd zijn, niet mogelijk geweest zou zijn. U hoort daar straks nog iets over. Opvallend is in dit verband ook dat de huidige organismen de koolstof, die ze bijvoorbeeld als CO2 aangeboden krijgen, eerst reduceren voordat die in suikers, aminozuren e.d. wordt ingebouwd. Conclusie: ons uitgangspunt zal een reducerende aardatmosfeer zijn, bestaande uit methaan, ammoniak en waterdamp met nog een beetje vrije waterstof. Verder kwamen op de aarde steriele oceanen voor, waarin de ammoniak voor een groot deel opgelost zal zijn. In deze oceanen kwamen tenslotte ook de produkten terecht, die uit de componenten van de oorspronkelijke atmosfeer gevormd werden. Voor de vorming van deze produkten is echter energie nodig! Waar kan die energie vandaan gekomen zijn? Daar kunnen vier bronnen voor genoemd worden (5, 7). In de eerste plaats dient vermeld te worden de kortgolvige ultraviolette zonnestraling; het moet straling zijn met een golflengte kleinei dan 2200 A, anders wordt hij niet in de componenten van de atmosfeer geabsorbeerd en zouden er geen reacties door geïnduceerd worden; deze bron is kwantitatief de belangrijkste. Van aanzienlijk geringere kwantitatieve betekenis is de thermische energie, waarbij gedacht wordt aan vulkanische activiteit; en de ioniserende straling, afkomstig van aan het aardoppervlak aanwezige radioactieve stoffen en ook beschikbaar als kosmische straling. Van iets meer belang wat de hoeveelheid energie betreft, zijn de elektrische ontladingen, waarbij we denken aan bliksem en corona-ontladingen aan puntige objecten. Deze elektrische ontladingen zijn overigens op te vatten als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's