1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 202
162
HET MENSELIJK GEDRAG
waarop men de anthropologische problemen kan benaderen afhankelijk van de aard van de grondvraag die men stelt: er bestaan theologische, filosofische en mensbeschouwelijke anthropologieën. Ik wil mi] hier beperken tot een type van anthropologic dat ik de structurele anthropologic zou willen noemen. Het gaat hierbij om de vraag: Hoe is de structuur van de mens, hoe is hij opgebouwd? Ter beantwoording hiervan zal men zulk een structuurmodel dienen te ontwerpen, dat daarin alle gegevens die de vakwetenschappen gevonden hebben omtrent de factoren die de persoonlijkheid en het gedrag van de mens bepalen een legale plaats kunnen vinden. Een structuur-theorie die bv. de erfelijke of de somatische determinanten van het gedrag niet effectief kan verantwoorden, is wetenschappelijk niet bevredigend; zij is niet eerlijk ten aanzien van de feiten die het wetenschappelijk onderzoek aan het licht heeft gebracht. Anderzijds zal zulk een structurele anthropologic rekening dienen te houden met noties over het zich gedragen van de mens die wij evenzeer accepteren, maar die door de vakwetenschappen niet (of nog niet) verantwoord kunnen worden. Bij de ontwikkeling van het ziek-gezond-model kwamen we bv. op het begrip vrijheid. Het structuurmodel zal dit moeten verdisconteren, een negatie van dit gegeven zou niet verantwoord zijn. Wanneer de vakwetenschap op zulke gegevens stuit, zal ze zich ervoor dienen te hoeden ze voortijdig weg te interpreteren. In de ontwikkeling van de wetenschappen blijkt echter telkens weer, dat een toepassing van wetenschappelijke methoden bij het onderzoek van menselijk gedrag leidt tot resultaten, waarbij blijkt, dat bv. de z.g. vrije keuze niet vrij was in absolute zin, d.w.z. los van factoren die de keuze mede bepalen. Het blijkt dat bepalende factoren in de keuze meegespeeld hebben, die tevoren niet zichtbaar waren. Zo heeft de leertheorie ons geleerd, dat veel gedragingen die aanvankelijk vrij leken, in feite geconditioneerd zijn door vroegere ervaringen. De psycho-analyse heeft onze ogen geopend voor driftmatige en onbewuste determinanten in het menselijk gedrag; wel zeer opvallend is dit bij vroeger zinloos lijkende fenomenen als Fehlleistungen, symptomen, dromen. Het is dan ook volkomen verantwoord, dat de wetenschappelijke onderzoeker uitgaat van de heuristische stelling, dat het zinvol is zijn methoden op tot dusver nog niet onderzochte gedragingen toe te passen en daarbij de verwachting te koesteren dat nieuwe determinanten gevonden zullen worden. Er wordt echter net één stap te ver gezet wanneer de metafysische
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's