Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 234

2 minuten leestijd

190

GRAFRITUEEL EN KERSTENING

achter de dingen. De geschreven bronnen stralen weliswaar enig licht over het grensgebied uit, maar dat schijnsel is zwak en de materiële nalatenschap vormt voor de protoliistorische periode in ons land zeker nog een kennisbron van de eerste orde. Scherven, skeletten en paalgaten bepalen ook voor de archeoloog, die zijn aandacht op deze periode richt, de sfeer van zijn dagelijks werk. Zijn werkmethoden vertonen geen principiële verschillen met die welke bij het onderzoek van de prehistorie worden toegepast: opgravingen, zorgvuldige analyse van bodemsporen en mobiele vondsten blijven zijn eerste taak. Projectie van de menselijke activiteiten tegen de achtergrond van het natvuirlijke milieu is even onmisbaar als voor de voorafgaande perioden en leidt tot samenwerking met geologen en bodemdeskundigen, geografen, botanici en zoölogen en chemici. Ook in de protohistorie hebben stuifmeel en houtskool, zandverstuivingen en transgressies, regenwormen en mollen nog veel te vertellen. Daarnaast geeft de aansluiting aan de lacuneuse geschreven overlevering aan het onderzoek van deze eindfase der prehistorie een extra dimensie. Te vroegtijdige combinatie van archeologische en historische gegevens, die elkaar krachtens hun verschillende geaardheid eerder aanvullen dan bevestigen, leidt tot onwaarheden of nog erger, tot halve waarheden. Aan de andere kant schept deze combinatie juist de mogelijkheid om tot achter de zo eenzijdig materiële archeologische verschijnselen door te dringen. Daartoe de poging te ondernemen is voor de archeoloog geen hobby maar een deel van zijn taak. Op deze wijze werkzaam levert hij een voorpostengevecht - anderen zullen misschien zeggen: strijdt hij in de achterhoede - en de ervaringen daarbij opgedaan zullen hem bij de bestudering van de prehistorie ten nutte komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 234

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's