1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 231
W. A. VAN ES
187
Een grensgeval is Wageningen. Het kan gekarakteriseerd worden als een grafveld van het type Looveen met een uit de vele zevende/ achtste-eeuwse crematiegraven blijkende invloed vanuit de groep Godlinze-Putten-Katwijk. Het is opmerkelijk hoezeer het nabijgelegen Rhenen van Wageningen verschilt. Hier vindt de oriëntatiewisseling al in de vijfde eeuw plaats: het is een grafveld als KrefeldGellep, met dit verschil dat in Rhenen na 600 de crematiezede penetreert. Dergelijke verschillen kunnen echter in dit deel van het Nederlandse Rijngebied, dat van de zesde tot de achtste eeuw op de grens lag tussen de Frankische, Friese en Saksische invloedssferen, verwacht worden. De overige Noordnederlandse grafvelden schijnen in twee typen uiteen te vallen: het type Godlinze-Putten-Katwijk, dat wij voor het gemak Fries zullen noemen en het type Wijster, dat eveneens gemakshalve Saksisch mag heten. Alleen in het laatste type kan van een werkelijke oriëntatietümeZmg gesproken worden en wordt een oude traditionele vorm van grafritueel vervangen door één, die ter plaatse nieuw is, maar overeenkomt met het inmiddels wel vaststaande grafritueel van de christenen. > ' •* De wisseling: treedt bovendien op in de tijd, dat deze streken blijkens de schriftelijke overlevering gekerstend werden. Daarom zijn in dit geval de W-O graven voor ons een betrouwbare archeologische indicatie voor de intrede van de nieuwe religie. Het grafveld van Looveen bij Wijster laat ook zien, dat de begraving op de oude grafvelden na de kerstening is voortgezet en tevens, dat de bijgaven niet direct na de oriëntatiewisseling verdwenen. Dit laatste oeroude facet van het dodenbestel werd blijkbaar ook in de achtste eeuw niet als onverenigbaar met de praktijk van het christendom gevoeld; waarschijnlijk was het al niet veel m.eer dan een maatschappelijke conventie. Het is een punt van discussie, of het definitief breken met het bijgavengebruik in de negende eeuw door het christendom bewerkstelligd is. Als directe oorzaak wordt wel opgegeven een verandering in het Germaanse erfrecht. "" De dode verliest zijn voorheen onvervreembaar recht op zijn lijfelijke bezittingen: de wapenrusting (gewade) voor de man, en voor de vrouw haar sieraden (gerade). Deze veranderingen in het rechtsgevoel moeten echter uiteindelijk uit een wijziging van de opvattingen omtrent dood en hiernamaals voortgekomen zijn. Dit proces heeft zich ongetwijfeld geleidelijk voltrokken. Men kan een overgangsfase ontwaren, waarin het meegeven van grafgiften alleen nog door de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's