Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 173

2 minuten leestijd

G. P. BAERENDS

133

ons waarneembare en liefst meetbare verschijnselen, zich een beeld te vormen van het mechanisme dat gedrag bij dieren veroorzaakt, en tevens ook van de functie of biologische betekenis van dit gedrag en van de wijze waarop het gedrag zich in de loop van de evolutie heeft ontwikkeld. Onder deze onderzoekers kunnen twee groepen worden onderscheiden. De oudste groep, die aan het begin van deze eeuw ontstond, bestaat uit Amerikaanse 'behavioristen'. Zij zijn steeds in hoofdzaak geinteresseerd geweest in het begrijpen van het leerproces, vertonen sterk de neiging om alle gedragsuitingen zoveel mogelijk met behulp van leren te verklaren en zijn in het algemeen niet geïnteresseerd in de specifieke eigenaardigheden van en de verschillen tussen het gedrag van de verschillende soorten onder de dieren (Watson, 1914). De andere groep, die van de Europese 'ethologen', bereikte eigenlijk pas na 1930 een in de wetenschappelijke wereld aanvaard niveau (Lorenz, 1937, 1965; Tinbergen, 1951). De beoefenaars van de ethologie zijn in hoofdzaak dierkundigen, die sterk in de diersoorten als zodanig zijn geïnteresseerd. In deze voordracht zal vooral naar voren worden gebracht waar deze ethologen een bijdrage kunnen geven, die mogelijk ook voor studies van het gedrag van de mens van betekenis kan zijn. Om dit duidelijk te maken is een kort overzicht van de tot nu toe in de ethologie bereikte fundamentele resultaten wenselijk. De etholoog begint zijn dier te beschouwen als een 'black box'. Hij weet dat zich daarin zintuigen bevinden waardoor prikkels uit de omgeving kunnen worden opgenomen en hij weet ook dat er spieren aanwezig moeten zijn, uit de bewegingen waarvan uiteindelijk het gedrag wordt samengesteld. Hij veronderstelt echter a priori geen enkele verdere bekendheid omtrent de mechanismen die tussen deze zintuigen en de spieren zijn ingeschakeld om de 'input' van buitenaf om te zetten tot een 'output' van binnenuit, die we dan gedrag noemen. Zijn methode is om door nauwkeurige waarnemingen en metingen aan deze input en output kennis te verzamelen over de relaties tussen deze beide en op grond hiervan uitspraken te doen over verschillende functies die in de black box worden vervuld. Om deze aanpak met een technisch analogon duidelijker te maken: Wanneer men een horloge ziet opwinden (input), daarna waarneemt dat de grote wijzer, de kleine wijzer en de secondewijzer ieder met een eigen omloopsnelheid gaan bewegen en hiermee bovendien voortgaan nadat het opwinden is gestopt, moet men concluderen dat zich in het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 173

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's