Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 203

3 minuten leestijd

W. K. VAN DIJK

163

stelling wordt geponeerd dat alle menselijk gedrag gedetermineerd is. Veelal wordt impliciet gesteld: causaal-fysisch of -biologisch gedetermineerd. Men dient hierbij steeds na te gaan wat een auteur verstaat onder gedetermineerd. Zo is er m.i. géén bezwaar tegen de volgende combinatie van stellingen: 1. Menselijk gedrag is gedetermineerd. 2. Soms schijnt gedrag gedetermineerd te worden door een vrij besluit. Wel zou ik in dit geval liever formuleren: „In bepaalde gevallen is menselijk gedrag gedetermineerd door een vrij besluit". Ik ben mij ervan bewust, dat dit samenhangt met mijn levensbeschouwing en uiteindelijk met mijn geloof. Ik geloof dat de mens een Schepsel van God is, dat zijn keuze en zijn instelling kan bepalen ten opzichte van God en Zijn openbaring, ten opzichte van zijn medemens, ten opzichte van zichzelf en ten opzichte van de natuur. Binnen dit geloofskader en binnen deze levensbeschouwing, en in dit opzicht is de mens vrij te noemen. M.a.w. zodra men ideeën als vrijheid, keuze en verantwoordelijkheid wil verantwoorden in een structurele anthropologie dient men te pogen nader te bepalen wat hieronder verstaan dient te worden. Naar mijn mening dienen opvattingen dat de mens als geest vrij zou staan van de materie, of als vrijheid antithetisch zou staan t.o.v. de natuur, of als Ik autonoom t.o.v. het Niet-Ik, of als geest zich zou verheffen boven — wat dan betekent los zou staan van — wat niet-geest is, verworpen te worden. Ik wijs deze opvattingen af op twee gronden: 1. Deze theorie of hypothese kan geen recht doen aan wat de vakwetenschappen ons geleerd hebben omtrent bepalende factoren van het menselijk gedrag. 2. De werkelijkheid wordt gesplitst in een bepaald en een onbepaald gedeelte, welke twee terreinen los van elkaar staan; binnen het ene gebied is sprake van wetmatigheid, in het andere van vrijheid in de zin van: afwezigheid van wetmatigheid. Deze splitsing leidt tot innerlijke tegenstrijdigheden. Ik ben er mij van bewust, dat mijn opvatting hierover tevens samenhangt met mijn geloof, dat alle menselijke gedrag onderworpen is aan wetten en aan normen. Wanneer wij, beide eisen in het oog houdend (a. rekening houden met wetenschappelijke theorieën en gegevens, b. rekening houden met geloofsovertuigingen en levensbeschouwelijke visies) zoeken naar een omvattende structurele anthropologic, dan moet ik constateren, dat de meeste theorieën die ik tegenkwam niet bevredigend zijn. Misschien ligt dat aan de aard der zaak: omvattende theorieën streven naar afronding, en afronding betekent meestal: afsluiting. Om twee voorbeelden te noemen: Een deterministisch model, geïnspi-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 203

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's