1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 204
164
HET MENSELIJK GEDRAG
reerd aan de fysica of aan een tot fysica gereduceerde biologie of psychologie mist de openheid naar de zijde van de méér dan fysische operatoren in het menselijk gedrag; bovendien kan het geen rekening houden met zulke fundamentele menselijke noties als vrijheid, keuze, zelfbepaling, enz. Tegenovergesteld hieraan, een existentialistisch model, zoals bv. dat van Sartre, waarbij extreem gesteld wordt: alles wat mij overkomt en wat ik doe is tevens mijn eigen keuze, is even weing bevredigend: het negeert de determinanten die de wetenschap onderzoekt èn gaat voorbij aan menselijke noties als het ingepast zijn als onderdeel in het geheel, het gebonden zijn aan, de overmacht. Beide zijn verabsoluterende theorieën: de mens is een fysisch, een biologisch, een psychisch wezen, of: de mens is historie, luidt de grondformule, in plaats van het meer bescheidene en meer verantwoorde: de mens is ook, enz. Beide theorieën spreken excluderend en niet includerend. Terecht zei een Angelsaksisch auteur: „Wantrouw steeds de man die U vertelt, dat menselijke wezens niets dan iets anders zijn, want het is zeker, dat hij de abstractie verbergt waarop zijn stelling is gebaseerd. Menselijke wezens zijn niets dan „menselijke wezens". In de structurele anthropologic passen geen uitdrukkingen als: „is" of „niets dan", maar alleen het bescheidener en tevens exacter: „zowel-als"; deze openheid zijn wij verplicht zowel aan de wetenschap als aan het geloof. Wanneer U nu van mij de weergave van een open structurele anthropologic verwacht moet ik U teleurstellen. Wel wil ik proberen enige punten te formuleren, waarmee een te ontwerpen structurele anthropologic rekening zal dienen te houden. Enkele hiervan heb ik reeds hierboven aangeroerd. Voor mijn slotconclusie wil ik ze hier naast andere samenvattend vermelden. 1. In het menselijk gedrag is wetmatigheid op te merken. Dit feit maakt een methodische, systematisch wetenschappelijke bestudering van dit gedrag mogelijk. 2. De wetmatigheid berust op het feit, dat het menselijk gedrag onderworpen is aan wetten. Hierbij kunnen wij een onderscheid maken tussen natuurwetten en normen. In bepaalde aspecten van zijn functioneren is de mens onderworpen aan natuurwetten; het functioneren geschiedt hier automatisch conform deze wetten, zonder tussenkomst van vrije keus en zonder bepaling van rich-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's