Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 172

2 minuten leestijd

132

GEDRAGSONDERZOEK AAN DIEREN

op een aanvaarding van evolutionaire verwantschap tussen dier en mens. De toepassing van deze proeven op de mens zal des te beter mogelijk zijn naarmate meer kennis van de evolutieprocessen erbij wordt betrokken. De essentie van dit bovenstaande wordt door velen ingezien, wanneer het om morfologisch en fysiologisch onderzoek gaat. Veel minder algemeen is men ervan overtuigd, dat deze redenering ook voor het gedrag moet worden doorgetrokken. Ik wil trachten dit met aan het moderne gedragsonderzoek ontleende argumenten duidelijk te maken. De methoden waarmee tot nu toe het gedragsonderzoek bij de mens en bij dieren is aangepakt zijn fundamenteel sterk verschillend. Dit komt doordat in het algemeen de mens, ook als onderzoeker, ten aanzien van zijn eigen soortgenoten en ten aanzien van dieren een verschillende instelling heeft. Wij mensen zijn ons in sterke mate van onze gevoelens en onze verstandelijke overwegingen bewust en zijn daarom sterk geneigd deze als de belangrijkste factoren bij het tot stand komen van ons gedrag te beschouwen. Dit verschijnsel drukt zijn stempel op de beschouwingswijze van de wetenschappen die zich met het gedrag van de mens bezig houden: de psychologie en de psychiatrie. In de dierpsychologie ging men er aanvankelijk van uit, dat dergelijke gevoelens ook bij veel diersoorten in enige vorm aanwezig zouden zijn en daar als determinanten van gedrag zouden optreden. Zulke subjectieve verschijnselen zijn echter alleen bij de mens kenbaar, nl. door het in een gesprek of door zelfanalyse naar voren brengen van gevoelde belevenissen (introspectie). Verklaart men nu met deze verschijnselen het optreden van gedragingen bij dieren, dan maakt men zich schuldig aan cirkelredenering zodra men de op deze wijze verkregen theorie weer op menselijk gedrag wil toepassen. Dit geldt onafhankelijk van de eventuele juistheid van de betreffende theorie. Transpositie van resultaten van de psychologie van de mens tot die van de dieren werd voor onderzoek van dierlijk gedrag steeds minder aanvaardbaar geacht naarmate de natuurwetenschappelijke methoden zich sterker ontwikkelden. Sinds het begin van deze eeuw, maar vooral in de laatste 40 jaar, hebben verschillende onderzoekers van het gedrag van dieren gezocht naar methoden om op natuurwetenschappelijke wijze, dus uitsluitend met inachtneming van voor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 172

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's