Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 77

2 minuten leestijd

J. BLOK

53

En dit „tegemoetkomen" dwingt Loen te vragen, wat hier achter zit, wat voor hem betekent, dat hij de vragen over de waarheid niet kan laten rusten. Maar daarmede komt dan meteen aan de orde de nadere omschrijving van waarheid, in eerste instantie beperkt tot de natuurwetenschappen. Loen schrijft hierover: „Wij veronderstellen, dat iets is, dat het is zoals het is („uitgesprokenheid"), dat wij zeggen kunnen dat en hoe het is („uitspreekbaarheid") en dat wij, als wij dat zeggen, de waarheid zeggen" (152). Of kort samengevat: „Waarheid is de uitspreekbaarheid op grond van uitgesprokenheid". Hierin omvat de uitspreekbaarheid orde, struktuur en kenbaarheid. Deze laatste korte samenvatting duidt de objektieve waarheid aan („ontische waarheid"). Door de kenbaarheid kunnen wij er deel aan hebben, wij kunnen de waarheid zeggen; zo heeft de waarheid een subjektieve kant, de waarheid van het spreken en kennen („gnostische waarheid"). In de natuurkunde komt dit neer op de vorming van theorieën. Willen deze zo zijn, dat liierbij inderdaad sprake kan zijn van „deelhebben aan de waarheid" dan zuUen ze aan eisen met name met het oog op de experimentele kontrole moeten voldoen („beoordelingskriterium" 142), terwijl de theorie zelf aan „opstellingskriteria" (143) dient te voldoen. Natuurwetenschap: geen afgesloten gebied Enkele aspekten van de waarheid van de natuurkunde dienen hier nog genoemd te worden. Allereerst de „onafgeslotenheid" (145). De waarheid wijst uit buiten zichzelf, gezien de gegeven omschrijving. Immers wat of wie spreekt zich uit? („uitgesprokenheid"). Dit zal de natuurkimde zelf niet leren. Verder ligt in de uitgesprokenheid en in de uitspreekbaarheid een mysterie, dat ons kan verwonderen, maar dat wij niet kunnen begrijpen. In deze „onafgeslotenheid" ligt besloten, dat de waarheid van de natuurkunde niet te isoleren is van andere waarheden en met name niet van de waarheid van het geloof; er is dan ook geen afscheiding tussen de wetenschappelijke waarheid en de waarheid waaruit men leven moet. Ook in andere opzichten is de waarheid van de natuurkunde niet afgesloten. De natuurkunde vormt haar begrippen binnen een „omgeving", die haar tevoren is gegeven (145). Immers de natuurkunde, als iedere vakwetenschap, heeft slechts betrekking op een deel van het uitgesprokene en het uitspreekbare en bij het deelnemen aan de waarheid wordt door mensen met bepaalde tradities, denkgewoonten, taal e.d. een bepaalde wijze van benadering gebruikt (146). De „omgeving"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 77

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's