Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 215

2 minuten leestijd

W. A. VAN ES

171

schijnhjke hypothese. Om die te bewijzen is het echter niet voldoende vast te stellen, dat er gedurende de periode van de kerstening wijzigingen in het grafritueel optreden. Het moet ook nog aannemelijk gemaakt worden, dat eventuele veranderingen inderdaad het directe gevolg waren van christelijke beïnvloeding. De periode, waarin het christendom zich over ons land en aangrenzende streken verbreidde, omvat de laat-Romeinse tijd en de volksverhuizingstijd tot in de Karolingische periode: globaal de vierde tot de negende eeuw. Het oorspronkelijk Romeinse deel van ons land ten zuiden van de Rijn maakte aanzienlijk eerder met het christendom kennis dan het noorden. De steunpunten van dit eerste christendom waren de Romeinse steden. Maastricht wordt in de tweede helft van de vierde eeuw bisschopszetel. Brunsting veronderstelt de aanwezigheid van een christelijke gemeente in Nijmegen. ^ Het laat-Romeinse christendom is in Gallië en het Rijnland een aspect van de stedelijke cultuur; het platteland bleef voor een belangrijk deel pagaan, 6 en wordt bovendien in deze tijd overstroomd door heidense bevolkingselementen, die uit het Germaanse gebied binnen de rijksgrenzen werden toegelaten. ^ In het zuidelijk deel van ons eigen land is het niet anders geweest. ^ Het eerste christendom zat hier dus niet diep; het zal zich in de vijfde en zesde eeuw hoogstens lokaal en in verkommerde toestand in een plaats als Maastricht hebben kunnen handhaven. De eigenlijke kerstening begint eerst in de zevende eeuw als onderdeel van de Frankische expansie naar het midden-Nederlandse rivierengebied. De bekering van Brabant en Limburg is aan het einde van de zevende eeuw wel grotendeels voltooid. Die van het zuid-westelijk kustgebied en van het hart van Nederland - het rivierengebied ten westen van Nijmegen - moest toen in feite nog beginnen. Hier kreeg de missie eerst vaste voet, nadat Pippijn II in de slag bij Dorestat omstreeks 690 deze streken voor het Frankische rijk veroverd had. Het kristallisatiepunt wordt nu het missiebisdom Utrecht van waaruit Willibrord en Bonifatius opereren. Een eerdere poging door koning Dagobert tussen ca 625 en 650 ondernomen kan evenmin als het kortstondige oponthoud van Wilfried aan het Utrechtse hof van de Friese vorst Aldgisl een blijvend resultaat gehad hebben. Na 690 vormde de kortstondige Friese reactie tussen 714 en 718 een tegenslag van voorbijgaande aard. Globaal genomen zijn er dus twee perioden, waarin de bevolking

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's