Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 223

2 minuten leestijd

W. A. VAN ES

179

toe ook in hun land van herkomst (Salland) archeologisch ongrijpbaar gebleven is. De „afwezigheid" van hun graven duidt op het ontbreken van grafgiften; men kan zowel crematie als inhumatie veronderstellen, maar weten doet men slechts, dat Childerik in 481 begraven werd. Afgezien van de begraafplaatsen bij de stedelijke centra van Doornik en Tongeren zijn laat-Romeinse grafvelden alleen bekend uit het Belgische Maasgebied. Deze worden aan de laeti toegeschreven. Zij vertonen naast algemeen provinciaal-Romeinse trekken (het overwegen van inhumatie; het optreden van Z-N naast W-O graven, m.et en zonder bijgaven) ook vreemde kenmerken: vooral de N-Z grafrichting en het voorkomen van wapens in de mannegraven. Door de laatste kenmerken verraden de laeti hun Germaanse herkomst; aan de andere kant sluiten zij zich deels bij de provinciaal-Romeinse zeden aan. 2 7 Volgens de gangbare opvattingen zou ook het vierde-eeuwse grafveld van Nijmegen een laeten-necropool zijn. De lotgevallen van de Z-N en W-O richting in deze grafvelden gedurende de vijfde eeuw zijn slecht bekend. Met zekerheid kan echter het voortleven van de N-Z richting in de tweede helft van de vijfde eeuw geconstateerd worden in het grafveld van Haillot. De zesde eeuw brengt in Brabant en Limburg de zogenaamde Merovingische rijengrafvelden. Deze beginnen vroeg in de zesde eeuw of mogelijk al iets eerder (Stein?) en worden tegen het eind van de zevende eeuw opgegeven. Binnen één grafveld komen de meest uiteenlopende vormen van dodenbestel voor en de grafvelden vertonen ook onderling grote verschillen. Bergeijk (Noord-Brabant), Meerveldhoven (Noord-Brabant) en Obbicht (Limburg) hebben slechts W-O inhumaties opgeleverd. "^ In hei door Bursch en Braat onderzochte deel van het grafveld te Rothcm (Limburg) hebben alle graven een ongeveer W-O lopende lengteas. -" Slechts van 3 van de 38 bijzettingen (maar daaronder zijn 2 van de rijkste: het mannegraf 15 en het er dichtbij gelegen vrouwegraf 16) wordt de ligging van het skelet opgegeven: die was daar O-W, dus de blik gericht naar het westen! In Alphen (Noord-Brabant) en Stein (Limburg) vinden we weer W-O graven, maar daarnaast komen hier enkele met N-Z gerichte as voor (respectievelijk 5 op 43 en 4 op 75). so Van de laatste is alleen van Alphen graf 32 de preeiese richting bekend: Z-N, dat wil zeggen het hoofd aan het zuideinde; voor de overige gevallen kan de omgekeerde richting (N-Z) niet worden uitgesloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 223

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's