Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 152

2 minuten leestijd

116

CHEMISCHE EVOLUTIE

3. Als stikstof in plaats van ammoniak gebruikt werd, liep de opbrengst van de aminozuren sterk terug. 4. En tenslotte: in aanwezigheid van zuurstof had geen vorming van aminozuren plaats. Dit pleit dus indirect voor een reducerende oorspronkelijke aardatmosfeer. De resultaten van Miller zijn bevestigd door een groot aantal andere onderzoekers, die ook met elektrische ontladingen als energiebron hebben gewerkt, maar dikwijls met andere mengverhoudingen van de uitgangsgassen en soms zelfs ook met andere gassen. Zo heeft Abelson naast waterstofgas en waterdamp in plaats van methaan koolmonoxide (CO) en kooldioxide (CO2) gebruikt en N2 in plaats van ammoniak (cf ref. 5). Abelson had namelijk kritiek op de hypothese van de reducerende aardatmosfeer, waarin de koolstof en de stikstof als CH4 en NH3 aanwezig zouden zijn, o.a. op grond van het feit dat de gassen die thans nog bij vulkaanuitbarstingen door de aarde worden uitgestoten, de koolstof in hoofdzaak als CO en CO^ bevatten. Echter de systemen CO2 -j- H2 en CO -f- H2 zijn thermodynamisch instabiel ten opzichte van het systeem CH4 -\- H2O en het is dan ook niet verwonderlijk, dat Abelson als resultaat van zijn experimenten steeds een aantal aminozuren vond. Bij deze proeven bleek ook weer HCN een belangrijk produkt, terwijl ook hier weer bleek dat een in zijn totaliteit niet-oxyderend uitgangsgasmengsel een noodzakelijke voorwaarde voor synthese was. Heyns en medewerkers (zie 5) stelden het oergasmengsel, waaraan wat zwavelwaterstof (H2S) was toegevoegd, bloot aan ontladingen, in de hoop dat zwavelhoudende aminozuren, zoals cysteine, zouden ontstaan. Het is aannemelijk, dat H2S ook in kleine hoeveelheden in de oorspronkelijke atmosfeer aanwezig was. Hun moeite werd echter niet beloond met zwavelbevattende aminozuren, maar wel met produkten als ammoniumrhodanide en thioureum. Behalve elektrische ontladingen zijn ook de andere eerder genoemde energiebronnen afzonderlijk uitvoerig toegepast (5, 7). Ultraviolette straling, röntgen- en gamma-straling, hoogenergetische elektronen werden gestuurd in een nagebootste prebiotische atmosfeer of oplossing en steeds kon men als resultaat een kleiner of groter aantal aminozuren aantonen. Ook het S-houdende aminozuur cysteine is gevonden als resultaat van zo'n proef met ioniserende straling, hoewel in een uiterst geringe opbrengst. Ik wil vervolgens wat uitvoeriger stilstaan bij het interessante werk van de groep van de Amerikaan Fox (10, 11, 12). Fox heeft vooral de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 152

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's