Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 185

2 minuten leestijd

G. P. BAERENDS

145

standigheden waaronder de diersoort moet leven. Deze aanpassing is een proces dat door lukrake mutatie en scherpe selectie, door een proces van "trial and error" dus, tot stand komt en daarom veel tijd vergt. Volgens de hier gegeven gedachtengang moeten wij aannemen dat ook de mens in de loop van de evolutie op dezelfde wijze aan zijn milieu-omstandigheden is aangepast. Dat geldt dan eveneens voor het menselijk gedrag en speciaal voor het basismechanisme, dat hieraan ten grondslag ligt. Nu is het echter aan de mens mogelijk geworden — door de geweldige ontwikkeling van de grote hersenen en het verkrijgen van verbale communicatiemiddelen, de taal — om in aanzienlijke mate een greep te krijgen op zijn milieu en dit in vele opzichten sterk te wijzigen. Deze wijzigingen hebben zich echter afgespeeld in een periode, die voor een overeenkomstige aanpassing van de gedragsmechanismen aan het gewijzigde milieu via de evolutieprocessen, veel te kort is. De aanpassing van de mens aan deze omstandigheden moet dus via zijn inzicht en zijn leervermogen tot stand komen. Komen zulke aanpassingen niet, of in onvoldoende mate, tot stand dan dalen hierdoor de levenskansen der individuen en wordt het voortbestaan van de soort bedreigd. Terwijl bij dieren beschermingen tegen vele potentieële gevaren via programmering in de genen in het gedrag zijn ingebouwd, moet men zich afvragen in hoeverre de mens nog beveiligd is; of hij wellicht in de 2 millioen jaren van zijn bestaan uit zijn complex van in de genen gecodeerde of geprogrammeerde beveiligingen is gegroeid. Zo vinden wij b.v. bij tal van diersoorten, dat overbevolking wordt tegengegaan door gedragsmechanismen die verspreiding van soortgenoten bevorderen over een oppervlakte, die voldoende voedsel en andere levensvoorwaarden biedt. Die mechanismen bedienen zich van agressie voor het reserveren van territoria en het instellen van rangorden, maar er wordt — o.a. met behulp van communicatiehandelingen — voorkomen dat slachtingen tussen soortgenoten optreden. De mens bezit ook deze nuttige agressie, maar heeft nu wapens uitgevonden, die door de hevigheid waarmee en de afstand waarop zij werken de beveiligingen in zijn natuurlijke communicatiegedrag, dat immers op persoonlijk contact berust, onwerkzaam maken. Bij dieren vinden we, dat gedrag tussen soortgenoten sterk gekoppeld is aan een gemiddelde frequentie waarmee (en vaak ook afstand waarop) intraspecifieke ontmoetingen optreden. Kunstmatig opvoeren van het aantal ontmoetingen kan tot ernstige functionele storingen leiden (Calhoun, 1962; Russell en Russell, 1968). Het lijkt zin te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 185

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's