Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 175

2 minuten leestijd

G. P. BAERENDS

135

evengoed als soortkenmerken worden beschouwd als morfologische structuren zoals beharing, veerpatronen, pootvormen, enz., enz. Wij zullen hier in het vervolg van „vaste patronen" spreken. Het dier blijkt nu een grote voorraad verschillende vaste patronen tot zijn beschikking te hebben. De kwantitatieve waarnemingen over een langere periode laten zien, dat zij niet in een lukraak-volgorde onafhankelijk van elkaar voorkomen, maar gewoonlijk in samenhang met bepaalde andere patronen — in groepen dus — optreden. Men krijgt de indruk, dat wanneer handelingen van één der groepen worden vertoond, de mogelijkheid om handelingen van andere groepen te vertonen is verlaagd. Dit soort waarnemingen, dat op verschillende wijze verder is verdiept, leidde tot de hypothese dat er in de „black box" overkoepelende, coördinerende, mechanismen voorkomen die de samenhang in tijd van bepaalde handelingen veroorzaken. Er zouden coördinerende mechanismen van verschillende orde zijn, onderling in een hiërarchisch verband. Een systeem, dat is geactiveerd remt de andere systemen van gelijke orde (Baerends, 1956, 1968). Uit de waarnemingen bleek voorts, dat handelingen waarvoor een gemeenschappelijk veroorzakingsmechanisme kon worden aangenomen zeer vaak ook eenzelfde functie in het gedrag dienden. Zodoende is het bij vele dieren mogelijk om te spreken van een mechanisme (of een systeem) voor aanval, voor vlucht, voor sexueel gedrag, voor voedselopname, voor het reinigen van het lichaam, enz. Het onderzoek heeft echter wel geleerd, dat het gevaarlijk is om op grond van de aanwezigheid van een bepaalde functie zonder diepgaand causaal onderzoek te concluderen, dat er voor die functie een apart mechanisme en ook slechts één en niet meerdere mechanismen aanwezig zijn. Activatie van een systeem kan in vele gevallen direct met een bepaalde input in verband worden gebracht, activatie van een systeem kan echter ook optreden zonder een onmiddellijk eraan voorafgaande uitwendige prikkeling. Activatie kan onmiddellijk tot een bepaald gedrag leiden, maar ook alleen de mogelijkheid vergroten, dat een verdere uitwendige prikkeling dit gedrag opwekt. Wij kunnen nu trachten met ethologische methoden na te gaan wat voor soort mechanismen optreden bij de verwerking van de ontvangen informatie tot de impuls, die een bepaald systeem of een bepaalde handeling activeert. Zulk onderzoek wordt vooral aangepakt door de natuurlijke situatie die de activatie tot stand brengt, op

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 175

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's