Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 187

2 minuten leestijd

G. P. BAERENDS

147

welzijn van de mens even nuttig worden als het fysiologisch onderzoek aan proefdieren, dat tegenwoordig op vele laboratoria wordt uitgevoerd (Ploog, 1963 a, b). Als bioloog heeft m e n dan de taak gedragsmechanismen te vinden die bij dieren en mens homoloog zijn en deze voor experimenteel onderzoek toegankelijk te maken (Morris, 1967). Juist die experimentele benadering kan dit onderzoek verder brengen. Aan dieren achten wij zulk experimenteel onderzoek in het algemeen ethisch verantwoord; zonder dat dit ons echter ontslaat van de plicht het op zodanige wijze uit te voeren, dat de dieren zo min mogelijk wordt a a n g e d a a n van w a t wij kunnen veronderstellen dat voor hen leed zou kunnen betekenen. Lange tijd heeft d e mens zich beijverd de verschillen tussen de dieren en hemzelf te accentueren. Ik ben van mening dat het voor het welzijn v a n d e mens gunstiger zal zijn om deze weinig zinvolle bezigheid (immers niemand zal H o m o sapiens met enig andere levende soort verwarren!) te vervangen door een onderzoek naar de overeenkomsten. H e t is voor d e mens belangrijker t e weten, dat een chimpansee problemen m e t doolhoven en vergrendelde kisten juist zo oplost als hij zelf (Rensch en Döhl, 1967, 1968), dan zich te verheugen in een reeël of ingebeeld verschil, w a a r m e e hij niets te zijnen b a t e doen kan. ,

LITERATUUR Ahrens, R.: Beitrag zur Entwicklung der Physiognomie — und Mimikerkennens. Z.f. exp. u. angew. Psychol. 2 (1954) 412-454, 599-633. Baerends, G. P.: Aufbau des tierischen Verhaltens. Handb. d. Zool. 8, 10 (3), (1956), 1-32. Baerends, G. P.: The contribution of ethology to the study of the causation of behaviour. Acta Physiol. Pharmacol. Neerlandica, 7 (1958), 466-499. Baerends, G. P.: Perceptie-perikelen bij de zilvermeeuwen. Versl. Kon. Ned. Akad. v. Wet. 70, 9 (1961), 133-138. Baerends, G. P.: Aard en functie van de agressie bij dieren. In: Polemologische Studiën, 3 (1963), 39-58. Baerends, G. P.: Het huwelijk vergelijkend-biologisch bezien. In: Het Huwelijk, Groningen, Wolters. (1965), 7-34. Baerends, G. P.: Een ethologische beschouwing over het optreden van krab-handelingen. In: Jeuk, Haarlem, Bohn, (1968), 13-39. Baerends, G. P., K. A. Bril en P. Bult: Versuche zur Analyse einer erlemten Reizsituation bei einem Schweinsaffen (Macaca nemestrina). Z.f. Tierpsychol. 22 (1965), 394-411.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's