1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 198
158
HET MENSELIJK GEDRAG
strueren zal ik kort een schema met u bespreken, dat in de psychiatrie gebruikelijk is om de complexiteit van factoren te ordenen. Aan de hand van dit schema zal ik tevens enkele voorbeelden geven. Een ook maar enigszins naar volledigheid tenderende opsomming is uiteraard uitgesloten. Het ordeningsschema onderscheidt: a. erfelijke; b. van buiten optredende somatische; c. psychische en d. sociale factoren. Bij deze indeling dienen we in het oog te houden, dat in de realiteit deze factoren niet los van elkaar voorkomen; zij zijn integendeel onderling afhankelijk en zij oefenen onderling invloed op elkaar uit. a.
Erfelijke factoren De erfelijke factoren omvatten die determinanten, die het individu van zijn ouders ,,als erfgoed" meekrijgt. In de psychiatrie spelen de genetische determinanten niet meer zoals vroeger, de bijna oppermachtige rol van alleenheerser. Sinds wij de kracht van andere factoren hebben leren kennen, wordt hun waarde anders getaxeerd. Dit neemt uiteraard niet weg, dat hereditair overgedragen factoren de basis vormen van, zo u wilt, de conditie voor of potentie tot het menselijk gedrag. Ik noem enkele voorbeelden.
aa. Bepaalde temperaments-typen zijn, ook al kunnen we nog te weinig zeggen over de erfelijkheids-modus, zeker genetisch vastgelegd. Als voorbeeld noem ik het cyclothyme temperament, dat door Kretschner beschreven is. In het gezonde functioneren manifesteert dit type zich in een vlot, opgewekt, meelevend en gemakkelijk meeresonnerend contact met de medemens. In een toestand van depressie kan het het vitale karakter van deze stoornis conditioneren. In een schizofrene ziektetoestand fungeert het als het ware als een barrière tegen een diepgaande afbraak van de persoonlijkheid, om welke reden het door de klinicus gewaardeerd wordt als een indicator van een gunstige prognose. bb. Ook bepaalde talenten, begaafdheden en persoonlijkheidsradicalen zijn mede erfelijk bepaald. Dit geldt voor de intelligentie, voor een eigenschap als muzikaliteit en naar we moeten aannemen ook voor het integratievermogen. Personen met een genetisch bepaald zwak integratievermogen hebben „van huis uit" — zoals de klinicus zich huiselijk uitdrukt — moeite met de integratie van emotionele prikkels en driftmatige impulsen; hun vermogen om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's