Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 147

2 minuten leestijd

111

H. LOMAN

geweest van een langzame ontwikkeling van zeer eenvoudige chemische verbindingen tot ingewikkelder stoffen, tenslotte zo ingewikkeld, dat er sprake was van een primitief levend organisme, dat zich weer verder heeft ontwikkeld tot de levensvormen, die we thans kennen. Er wordt dus gedacht aan een continue evolutie van dode naar levende stof, van een chemische evolutie die continu overgaat in een biologische evolutie. Het is deze hypothese van de chemische evolutie en in het bijzonder enkele experimenten die gedaan zijn om deze hypothese wat meer fundament te geven, die ik graag zou willen bespreken vanmiddag. Met de term chemische evolutie (2) bedoelt men dus die lange periode in de geschiedenis van de aarde, waarin de op het aardoppervlak aanwezige chemische componenten veranderen van hun oorspronkelijke vorm in verbindingen, waaruit en waarop levende organismen, die er nog niet waren, zich konden ontwikkelen. In deze chemische benadering van het probleem heeft men zich vooral beziggehouden met de vraag hoe eiwitten en nucleïnezuren konden ontstaan op de oorspronkelijke aarde. Deze aanpak wordt aannemelijk, als we letten op de zeer opmerkelijke eenheid van de levensprocessen in de thans levende organismen. Het is namelijk zo, dat in alle verschijningsvormen van het leven, van de kleinste eencellige tot het hoogst georganiseerde organisme, er twee soorten moleculen zijn, de eiwitten en de nucleïnezuren, welker wisselwerking van fundamenteel belang is gebleken voor dat wat we „leven" noemen. Het lijkt dan ook alleszins redelijk te veronderstellen, dat die moleculen, die thans voor het leven van vitaal belang zijn, dat voor het ontstaan van het leven ook geweest zullen zijn. De vraag wordt dus: kunnen eiwitten en nucleïnezuren onder prebiotische omstandigheden op aarde zijn ontstaan? Het lijkt me goed even voor u aan te geven waar een chemicus aan zou lomnen denken als hij spreekt over eiwitten en nucleïnezuren.

Aminozuur = bouwsteen van eiwit (polypeptide). Algemene formule aminozuur: H \

H I N-C-C / I H R

O // \ OH

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's