Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 82

2 minuten leestijd

58

WAARHEID EN WERKELIJKHEID

Ubbink wijst een dergelijk deterministisch standpunt radikaal af. Als er ruimte is voor menselijke aktiviteit, waarom dan niet voor het handelen van een persoonlijk God? (218). Spreken van een persoonlijk God een projektieP Wanneer dan dit „natuurwetenschappelijke" bezwaar tegen het spreken over een persoonlijk God van de baan is, komt een tweede ter sprake, nl. een dergelijk spreken zou als antropomorfe projektie verworpen moeten worden (229). Ook deze redenering gaat naar de mening van Ubbink niet op. Want hetzelfde kan opgemerkt worden over alle kennis die we bezitten. Van alle kennis, die we bezitten zagen we al, dat deze sterk subjektief is. Wij benaderen de verschijnselen als waarnemend subjekt en onze kennis is daardoor sterk beïnvloed. Het is altijd menselijke kennis, d.w.z. kennis, die mede door onze eigen wijze van bestaan bepaald is. Dit neemt niet weg, dat wij toch geneigd zullen zijn die kennis als objektief te beschouwen en niet gaarne zullen ontkennen, dat deze realiteitswaarde heeft. Is hier een groot verschil met de gelovige, die over een persoonlijk God spreekt? Ook zijn spreken zal zeker subjektief zijn, maar is dit een reden bezwaar te maken tegen het geloof in een persoonlijk God? Kennis van God De geloofskennis en de wetenschappelijke kennis hebben dus veel gemeen. Subjektief gaat het steeds om kennis eigen maken en de mogelijkheid die aan anderen door te geven, objektief zijn ze bepaald door hun betrokkenheid op het objekt. Hier treedt nu het duidelijke verschil naar voren. Voor het onderzoek wordt het objekt gevormd door de verschijnselen in de natuur, die methodisch onderzocht kunnen worden, voor het geloof is er geen „objekt" in de eigenlijke zin, het is betrokken op een persoon, kennis van een persoon krijgt men vooral uit een ontmoeting, uit een intieme betrekking (228, vgl. Dippels publieke en unieke informatie). Zo zal de gelovige het moeten hebben van Gods openbaring, die hem vooral in Jezus Christus is gegeven. Daaruit zal hij leren, hoe hij handelen moet. Hij weet, dat al het geschapene Gods werk is en dat hij als schepsel in die schepping van Hem zijn taak en opdracht krijgt. Hij weet, dat hij die schepping niet kan en behoeft te begrijpen, dat hij er in werken mag om zo zijn opdracht te vervullen. Hij staat daarin als vrij man, onderzoeker tevens gelovige, zijn onderzoek leert hem God niet kennen, maar be-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 82

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's