De Vrije Universiteit - haar ontstaan en haar bestaan 1880-1930 - pagina 57
Ter gelegenheid van har halve-eeuwfeest, in opdracht van heeren directeuren der Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag, historisch geschetst door J.C. Rullmann
HET VEREENIGINGSLEVEN
In het jaar 1885 openbaarde zich de vijandschap tegen
de Vrije Universiteit in een publieke daad. Gewoonte was,
dat voor den jaarlijkschen bidstond een kerkgebouw van
de Hervormde Gemeente werd afgestaan. Zóó althans was
het de vorige jaren te Leeuwarden, Arnhem en Utrecht
geschied. Dit jaar nu werd te 's-Gravenhagc voor dat doel
de Kloosterkerk aangevraagd. Maar omdat te Kootwijk aan
den eersten candidaat der Vrije Universiteit toezegging van
beroep was gedaan, werd onder invloed van ethisch-
irenische Haagsche predikanten dit Hervormde kerkgebouw
geweigerd. De Waalsche kerkeraad haastte zich toen om te
vergoeden, wat de Nederduitsch Hervormde in zijn blinden
ijver ons had aangedaan. Maar de Fransche kerk in het
Noordeinde bleek veel te klein om de talrijke schare te be-
vatten, die zich op den gedenkwaardigen avond van
30 Juni 1885 reeds uren vóór het aanvangsuur had ver-
zameld. Honderden moesten teleurgesteld buiten blijven.
Lang vóór den aanvang toch was er in het kerkgebouw
zelfs geen staanplaats meer onbezet. In alle hoeken en door-
gangen, en tot zelfs bij het orgel, had men zich opeen-
gehoopt. Het kostte den voorganger. Dr Kuyper, dan ook
moeite, om 8 uur den kansel te bereiken. Ongeveer het dub-
bele van het aantal hoorders, dat men in de Fransche kerk
rekent te kunnen samenbrengen, was aanwezig. En het
moet een indrukwekkend schouwspel zijn geweest, zooveel
,, verjaagden van eigen erf" te zien saamstroomen binnen de
gastvrije deuren der kerk van de nakomelingen der Huge-
noten.
Doch hoe vol ook het gebouw was, en hoe hoog zomer-
hitte en gaslicht de temperatuur ook deden stijgen, onder
ademlooze stilte werd Dr Kuyper aangehoord. In zijn rede
IJzer en Leem wist deze dan ook met het hem geschonken
meesterschap over de taal, zoo ten volle uiting te geven aan
wat er in het gemoed zijner hoorders leefde. En eer hij in
smeeking voorging, liet hij de schare aanheffen:
v. u. 4 49
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 244 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 244 Pagina's