De Vrije Universiteit - haar ontstaan en haar bestaan 1880-1930 - pagina 90
Ter gelegenheid van har halve-eeuwfeest, in opdracht van heeren directeuren der Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag, historisch geschetst door J.C. Rullmann
HET UNIVERSITEITSGEBOUW
aan de Keizersgracht bracht dit het geheele aantal op vier
en vijftig, en kon nu reeds aan zeven en twintig studenten
herbergzaamheid worden verleend. Den rector, Dr A.
Kuyper, was het een oorzaak van blijdschap, dat H.H.
Directeuren ook bij den sterken aandrang naar communaal-
behuizing, toch het stelsel van saamwoning onzer jonge-
lingen waren blijven uitsluiten. Immers, ,,er moet in de
studentenwereld een saamleven, maar er moet ook een
mogelijkheid tot afzondering overblijven. Ook de stille
zielsontluiking, die elk onzer toch alleen moet doorwor-
stelen, vraagt in de jaren van het studentenleven om koes-
tering".
Volledigheidshalve vermeldde de rectorale oratie ook
nog, dat wie den Senaat eertijds in het vroolijk licht van
onze Keizersgracht vond zitten, hem nu a la Rembrandt
kon begluren in een Chiaroscuro, ons met behulp van een
reflector uit een binnenplaats toegestraald; terwijl omge-
keerd aan onzen welbeminden Regent met de leesgrage
plunderaars van zijn nog te arme Bibliotheek de geluk-
wensch niet mocht onthouden, dat hem voor het oogbeder-
vend donker, om met Burger te spreken, ,,des Frühlings
Wonne und Licht" was opgegaan.
Nog zien we zijn vriendelijke verschijning 's zomers-
avonds gezeten voor het open raam in de voorkamer aan
de Keizersgracht. Voor de gansch moeilijke taak van het
Regentschap bezat De Hartog niet alle gaven in gelijke
mate. En terwijl hij de eerste was om dit te gevoelen, was
een ander niet altoos bereid, om bij voorkeur op zijn beste
gave te zien. Jeugdig van hart, nog lang nadat hij vijftig
zomers achter zich had, voelde hij zich tot een opgeruimden
omgang met studenten aangetrokken, en wist hij onder
hen altoos een juisten, blijden toon op te wekken. Zoo ver-
spreidde hij vriendelijkheid, licht en liefde rondom zich, en
noemde hij eiken hospitant gaarne zijn edelen vriend.
Zijnerzijds was er dan ook geen afstand. Maar daardoor
80
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 244 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 244 Pagina's