Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 137
REDE PROF. L. LINDEBOOM 117
en Maatschappij, in ons land en ook daarbuiten. En niet minder
groot is het getal dat in de Gereformeerde Kerken, waarin alleen
de Heere Jezus Christus de zeggenschap heeft, door een „open
deur" is ingegaan tot de bediening des heiligdoms naar 't eeuwig
blijvend onfeilbaar Woord van God. Dat is het antwoord van den
God des Verbonds op de gebeden en worstelingen van Zijn vele
kinderen in alle standen en rangen des volks. Wier geloof en ver-
wachting de Primus-Stichter van de Vrije Universiteit bij haar
opening, 20 October 1880, mocht vertolken in de fiere belijdenis
voor heel het volk van Nederland: „Geen duimbreed is er op heel
't erf van ons menschelijk leven, waarvan de Christus, die aller
Souverein is, niet roept: „Mijn!"
Dat is het ware uitgangspunt van de leer der „Souvereiniteit in eigen
kring." God geve, dat de Vrije Universiteit zonder ophouding of
storing, van geslacht tot geslacht, in woord en daad en in al de
levensopenbaring van wie tot haar behooren, de echo van dit „Mijn"
des Zoons van God in helderen en luiden klank weerkaatse!
Hebben wij dan nu niet — hebben, goed bezien, niet allen die
Christus den Heere noemen, goede reden tot blijdschap met de
blijden op dit gouden gedenkfeest? Betaamt ons niet tevens warme
erkentelijkheid jegens allen die van den aanvang af tot nu toe
hebben medegearbeid aan de stichting en den opbouw en uitbouw
van de jubileerende Universiteit?
Hooggeachte Heeren en Broeders, Directeuren en leden der
Vereeniging, Curatoren, Hoogleeraren en Lectoren, en Studenten
dezer vrije Hoogeschool, van nu en van vroegere jaren: in dankbare
gedachtenis aan de ontslapen voortrekkers en hun trouwe met-
gezellen, brengen wij allen U op dezen feestdag onze hartelijke
deelnemende groetenis. Met den wensch en de bede om steeds
rijkeren zegen van den Vader der lichten, den God der Waarheid,
den Alleenwij ze, Die onze God en Vader is in den Zoon van Zijn
welbehagen, het Licht der wereld, in Wien alle schatten der
wijsheid en der kennis verborgen zijn. Coloss. 2.
Onze tijd heeft veel overeenkomst met dien van den laatsten
Profeet des Ouden Testaments. Aan de afgodische en vleeschelijke
Priesterschap met de Vorsten en het volk, dat in hun voetstappen
wandelde, moest Maleachi schrikkelijke oordeelen aanzeggen. Voor
de ware vromen daarentegen had hij de troostvolle boodschap:
„Ulieden die Mijnen Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid
opgaan, en daar zal genezing zijn onder Zijne vleugelen". Mal. 3:2.
Toeneming in kracht en schoonheid als van het jonge vee, dat
zich verlustigt en voedt in grazige weiden, zou hen kenmerken als
de gekenden des HEEREN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's