Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 68
56 EEREPROMOTIES
zijn beknopt oversicht van de geschiedenis der Nederduitsche Gere-
formeerde Kerken, terwijl Professor Fabius in zijn Voorheen en
Thans mij leerde „het heden te bezien in het licht van Groen
van Prinsterers werken." Intusschen bestudeerde ik als modellen
van populaire geschiedschrijving Kuypers schetsen van het leven
en streven der Londensche Vluchtelingengemeente, alsook de
historische schetsen van Dr Geesink over Calvinisten in Holland.
In m'n laatste studiejaar hoorde ik de inaugureele oratie van
Professor H. H. Kuyper over het Gereformeerd beginsel en de Kerk-
geschiedenis. Hij stelde ons het ideaal van den Gereformeerden
geschiedvorscher voor oogen, en toonde ons aan, dat het bijzonder
karakter der Kerkgeschiedenis meebrengt haar een plaats te vindi-
ceeren onder de Theologische wetenschappen, omdat de Kerk op-
komt uit het wonder der wedergeboorte. Nu voelde ik ook den
band tusschen m'n eigen geestelijk leven en het historische leven
der Kerk van alle eeuwen.
Voorts volgde ik nog 'n tijdlang de colleges van Professor H. H.
Kuyper over Historiografie, die mij ook de methode van het na-
vorschen en beschrijven der Kerkgeschiedenis leerden. En zoo heb
ik dan inzonderheid onder uw deskundige leiding, hooggeachte
Promotor, historisch leeren denken, en kende ik, toen ik de Hooge-
school verliet, dank zij uw colleges, ook den weg tot de bronnen.
Ik blijf u daarvoor ten hoogste erkentelijk, en beschouw het als
een bijzonder voorrecht, dat ik juist uit uw hand nu de doktors-
bul mocht ontvangen.
In de pastorie gekomen, legde ik adversaria aan. En op aan-
sporen van Ds J. C. Sikkel begon ik in Hollandia de rubriek „Van
onzen Stamboom". Daaruit ontstonden m'n boeken over Afscheiding,
Kerkherstel en Doleantie, 't Was alles vrucht van wat de Professoren
aan de Vrije Universiteit mij geleerd hadden. Ook voor mijn biogra-
fieën van Rutgers en Kuyper ontving ik aan de Vrije Universiteit
den impuls, met name van Professor J. Woltjer, die mij het ver-
halen van de levens van groote mannen aanbeval als één der
voortreffelijkste middelen om karakters te vormen.
Indien ik op kerkhistorisch gebied dus iets gepresteerd heb, dan
dank ik dat aan de Alma Mater, die mij wetenschappelijk voedde
en opvoedde. En zoo heeft dan de Vrije Universiteit in het eere-
diploma, dat zij mij uitreikte, haar eigen werk gekroond.
Ik betuig den Senaat mijndiepgevoelden dank voor.deze eervolle on-
derscheiding. Maar ook zegen ik hier, vol piëteit, de nagedachtenis van
m'n vader, die me van der jeugd af warme liefde voor de Vrije Univer-
siteit inboezemde. En bovenal prijs ik de souvereine genade van den
God mijns levens, die in Zijn liefderijk bestel dit eere-doctoraat voor
mij had weggelegd. Hem alleen zij er de eere voor toegebracht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's