Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 28
v
18 REDE PROF. DR H. H. KUYPER
deze vereeniging en de Universiteit te ontwerpen en een organisatie
over heel het land tot stand te brengen, kwam schier heel die
zware taak op zijn schouders te rusten. Hanteerde Dr Rutgers
den troffel — vergun mij dit beeld aan den herbouw van Jeru
salem ontleend — Dr Kuyper voerde het zwaard om de aanvallen
op de jonge stichting af te weren. Welk een schitterend weten
schappelijk tournooi toen plaats vond, eerst met Dr van Toorenen
bergen over den confessioneelen grondslag, daarna met Dr Brons
veld over het recht tot Universiteitsstichting zelf, behoef ik u wel
niet te herinneren. Meer gevaar bestond in het verleidelijk aanbod,
door Dr V os aan de heeren Kuyper en Rutgers gedaan, dat het
Classicaal Bestuur — ironie der geschiedenis — hen als kerkelijke
hoogleeraren aan de Synode zou voordragen, met de bijvoeging,
dat Amsterdam's Gemeentebestuur hen gaarne als hoogleeraar aan
zijn Universiteit zou ontvangen, maar voor dit sirenenlied bleken
de heeren doof
Nadat de vereeniging geconstitueerd was, haar statuten bij
Koninklijk Besluit van 12 Februari 1879 waren goedgekeurd,
Directeuren en Curatoren waren benoemd, kon men thans, wat
zeker het gewichtigste werk was, tot benoeming der hoogleeraren
overgaan. Ik zal u niet vermoeien met u te verhalen, hoeveel ver
geefsche pogingen men heeft gedaan om mannen van wetenschap
pelijken naam als Prof Böhl te Weenen en jonge veelbelovende
krachten als Dr Bavinck voor de Universiteit te winnen; hoe men
Duitschland en Zwitserland heeft afgereisd op professorenvangst,
maar zonder den begeerden buit te vinden. V oor de Theologische
faculteit was men 't eerste gereed. Dat Dr Kuyper en Dr Rutgers
benoemd werden, sprak van zelf; Dr Hoedemaker werd hieraan
toegevoegd, evenals Dr van Ronkel, die echter, na eerst de be
noeming te hebben aangenomen, zich op het laatste oogenblik
terugtrok om gezondheidsredenen. De litterarische faculteit kreeg
een semiticus, licentiaat F. W. Dilloo uit Soldin; de Juridische
faculteit een hoogleeraar voor staatsrecht en canoniek in Mr D. F. D.
Fabius. Teekenend voor de toenmalige verhoudingen is, dat bij de
verdeeling der vakken het Curatorium Dr Kuyper de historische,
Dr Rutgers de exegetische en Dr Hoedemaker de philosophische
vakken toewees. Curatoren hadden n.1. bezwaar, aan Dr Kuyper
de dogmatiek toe te vertrouwen, omdat hij in de Heraut zijn
artikelen had geschreven „dat de genade particulier is". Eerst
nadat Dr Kuyper beloofd had, nu ook de verbondstheologie te
zullen ontwikkelen, kreeg hij de dogmatiek, werd de Kerk
historie aan Dr Rutgers opgedragen en de exegese aan licen
tiaat Dilloo.
Nadat zoo de voorbereidende maatregelen waren afgeloopen, kon
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's