Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 31
REDE PROF. DR H. H. KUYPER 21
dat de studie vrij moet zijn en daarom de deuren der collegezaal
voor ieder moeten openstaan, heeft ze steeds vastgehouden. Ze
eischt geen kerkelijk paspoort, wanneer men haar poort binnen-
treedt. Alleen wie zich niet onderwerpt aan haar huisregel, het nil
contra Deum aut bonos mores, wordt van haar erve geweerd. Laat
me tot eere onzer studentenwereld zeggen mogen, dat de Senaat
in deze vijftig jaar .slechts zelden tot tuchtmaatregelen behoefde
over te gaan. Trots de verleiding, die een groote stad meebrengt,
bleef de geest onzer studentenwereld goed. En ons studentencorps
Nil Desperandum Deo Duce wist, al kwam er wel eens een secessio
in Aventinum voor, de eenheid der studenten te bewaren, in zijn
Broedergeus afgebeeld.
Op onze studenten wees ik u eerst, om den groei onzer Univer-
siteit u te toonen, maar al zou een Universiteit zonder studenten
weinig doel hebben, zonder hoogleeraren kan ze in het geheel
niet bestaan. Vooral daaruit moest haar levenskracht blijken, of
het haar gelukken zou, het aantal van haar katheders en facul-
teiten zoo uit te breiden, dat ze meer beantwoordde aan den hoogen
titel van Universiteit, dien ze droeg. Gemakkelijk en langs lijnen
van geleidelijkheid is die uitbreiding echter niet gegaan. Veeleer
scheen het telkens alsof wat met moeite was opgebouwd, weer tot
den grond werd afgebroken. U een opsomming te geven van al de
wisselingen, die gedurende deze vijftig jaar, in haar hoogleeraars-
personeel plaats vond, zou te veel een dorre kroniek worden. Laat
me daarom liever op de hoofdmomenten uw aandacht mogen
vestigen. De eerste periode, die met haar zilveren feest in 1905
afsluit, is wel de meest heroïeke maar ook de felst bewogene
in haar bestaan geweest. Dat ze er in de eerste plaats op bedacht
was, haar litterarische en juridische faculteit te versterken, sprak
wel vanzelf, want deze waren nog het zwakst bezet. Het was een
niet gering voorrecht, dat het haar gelukte in 1881 Dr Woltjer
voor de litterarische faculteit te winnen, die een der uitnemendste
sieradiën onzer Hoogeschool is geweest. Ook Prof Fabius, die vier
jaar lang alleen den last zijner Faculteit had gedragen, kreeg nu
een zeer welkome hulp, toen eerst de heer Jhr Mr. A. F. de Savornin
Lohman, onze uitnemende staatsman, naast hem optrad, en daarna
diens veelbelovende zoon Jhr Mr W. H. de Savornin Lohman, de
eerste leerling, die aan onze Hoogeschool was gepromoveerd. Ook
de Theologische faculteit kreeg verrijking, toen Dr de Hartog hier
de exegese van het Nieuwe Testament op zich nam. Maar daarna
volgden de slagen. Prof Dilloo, die zich in onzen Calvinistischen
kring nooit thuis heeft gevoeld, keerde naar Duitschland terug en
zijn plaats bleef onvervuld. Het kerkelijk conflict, dat in 1886 uit-
brak, kostte ons het verlies van Prof. Hoedemaker en niet alleen
U/Üi
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's