Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 87
REDE DS R. E. VAN ARKEL 71
Zoowel hier als déó,r is hetzelfde volk bijeen, hetzelfde goede
Gereformeerde volk, dat zijn God in deze dagen komt erkennen
voor de trouwe zorg, waarmede Hij onze Universiteit nu eene halve
eeuw heeft omringd.
Zoowel hier als daarginder is dezelfde dankbaarheid.
En op die dankbaarheid aan den Heere wil ik U een oogenblik
wijzen bij den ingang van onze feestdagen.
Want wij zijn niet saamgekomen om de vaandelen op te heffen
omdat wij zooveel gedaan en zooveel gegeven en zoo trouw ge-
arbeid hebben aan deze Stichting, — maar wij zijn in deze dagen
bijeen om de vaandelen op te steken in den Naam des Heeren
onzes Gods, en Hèm, Hèm alléén, onze dankbaarheid te toonen.
Wat is dat — dankbaarheid.
Dankbaarheid, mijne vrienden, ~ dat is erkenning. Erkenning
van God, dat Hij zoo genadig en zoo trouw en zoo onuitsprekelijk
zegenend is geweest.
Dankbaarheid bestaat niet in groote en luidruchtige dingen en
daden ; maar dankbaarheid is, — de gevulde handen aan God laten
zien en dan met bewogen hart te zeggen : „Heere, alles van U, van
U alleen."
En de dankbaarheid van deze jubileumdagen zal hierin bestaan,
dat wij den schat der zegeningen, nu vijftig jaren over onze Vrije
Universiteit uitgestort, opheffen naar boven, en daarbij zeggen:
„Vader der lichten, uit U en door U en tot U zijn al deze dingen."
Zij dat ons aller bedoeling en taak.
Zie, er is terecht in onze kringen gewaarschuwd, dat de wereld
zal toezien hoe wij nu dit gouden jubileum zullen vieren. Welnu,
dat is het ergste niet. Want de wereld begrijpt er toch niets van.
Maar het voornaamste is: — Gód, onze Gód zal toezien hoe wij
nu ons feest zullen houden.
En Hij is een ijverig God.
„Ik ben de Heere, en Ik geef Mijne eer aan geen ander."
God zal toezien, waar wij met Zijne zegeningen blijven. Hij,
almachtig en genadig, heeft ons in gadelooze goedertierenheid deze
Stichting gegeven, en zoovele jaren haar bevestigd en uitgebreid,
tegen velerlei moeilijkheid in, en vooral tegen onze zonde en on-
trouw in. En Hij zal toezien, waar wij met Zijne zegeningen blijven.
En nu is er veel goeds en schoons in deze dagen te genieten.
Maar laat er nu onder alles, persoonlijk en gemeenschappelijk, een
teedere consciëntie zijn, die fijn gevoelt voor de eere onzes Gods.
En zij aldoor de grondtoon van ons jubileum: — „de Heere zij
grootgemaakt."
Maar dan vervolgens, — dan weet ge, wat, naar Gereformeerd
belijden, ook van déze dankbaarheid het voornaamste stuk is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's