Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 205
REDE DS H. KLUGKIST HESSE 179
hartelijkste zegenwenschen over te brengen. Ik doe dit met het
woord uit de Schrift des Heeren: „Maar wast op in de genade en
kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de
heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid!"
Met dat gereformeerde volk, dat haar werk voor vijftig jaren
begon, dat heden voor ons staat als een wonder, gevoelt de ge-
meente te Elberfeld zich innig verbonden. Dat heeft zij reeds voor
een halve eeuw terug getoond, toen haar geestelijke leider, Pastor
Paul Geyser, toen ter tijde in Amsterdam verscheen en een
machtige Latijnsche ode aan de gedachten en wenschen van zijn
geloofsgenooten in het Wuppertal in welsprekende woorden wijdde;
hij, die door zijn reeds gevorderde leeftijd er toe gedwongen was,
voor het beroep tot leeraar in het Oude Testament aan de Vrije
Universiteit te bedanken. Sedert dien tijd heeft de gemeente te
Elberfeld met innerlijke spanning en sympathie het ontstaan en de
groei van de hooge Godgewijde school gevolgd, overtuigd van het
heilig recht der beginselen op grond waarvan het recht tot op-
richting gestaafd werd: „Dat slechts de vreeze des Heeren het
beginsel van alle wijsheid is, en dat de vrijheid van alle uiterlijke
banden en het „zich-enkel-vastklemmen" aan Gods genade ook de
bloei der wetenschappen het meest moet bevorderen. Met dankbare
harten hebben wij vanuit het Wuppertal gezien, hoe hier het
mosterdzaad onder de zegenende hand van Jezus Christus tot een
boom uitgroeide, waarin de vogelen des hemels nestelen.
Hoe donkerder de tijden geworden zijn, hoe zwaarder de crisis,
die de kerk van Christus bedreigde, hoe meer alle uiterlijke hulp-
middelen weg vielen en de kerk zich op zichzelf aangewezen zag,
des te sterker richten zich de oogen der geloovige gemeente bij
ons op U in Nederland. Wij hebben het ons door U laten zeggen:
dat er tijden kunnen komen, waar slechts één roep geldt, die alle
gedachten moet beheerschen: „Israel, verheft U tot de tenten". Op
Uwe handen hebben wij onze oogen gericht en wij gevoelden ons
gesterkt in de zekerheid, dat het Evangelie van den Zoon van God
de eenige Autoriteit is, die alles bestiert, waaraan zich alles heett
te onderwerpen.
Door Uw grooten leider Abr. Kuyper, wiens levensportret als
een opwekkingsroep eener bazuin een prediker van onze gemeente
aan de Duitsche Christenen geschonken heeft, hebben wij het ver-
nomen, indrukwekkend, onvergetelijk: „Mag een banier, als wij
van Golgotha meedroegen, dan ooit in 's vijands handen vallen,
zoolang niet het uiterste is gedaan, nog een pijl onverschoten bleef,
en er nog een lijfgarde hoe klein ook van dien door Golgotha ge-
kroonde op deze erve leeft? Op die vraag heeft onze ziel slechts een
antwoord: „Bij God, dat nooit."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's