Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 232
204 REDE J. SCHOUTEN
eeuw geleden leefde. En dan zien wij, dat het vormde een kleine
groep van eenvoudigen, meest stillen in den lande. Dat deel van
ons volk leefde achteraf, verscholen, het trad nimmer op met
eenige pretentie naar buiten. Het was bij de wereld veracht; het
werd door de vooraanstaanden in ons volksleven, behoudens een
enkele, met een schouder-ophalen voorbijgegaan. Het zwoegde voor
zijn dagelijksch brood en voor het overige trok het zich zooveel
mogelijk uit het leven^ op eigen erf, terug, omdat het in dat leven
niet had eene taak voor zich zelf.
Daar wordt de V. U. in het leven geroepen! Hare leer omtrent
Gods Souvereiniteit, omtrent den aard en het karakter der zonde,
omtrent de beteekenis van de algemeene en de bijzondere genade,
wordt door het gereformeerde volk gehoord en door een betrek-
kelijk kleinen kring aanstonds verstaan. Het is die kring, die be-
seft, dat mensch en wereld worden gered, dat deze redding een
proces doorloopt, aanvangende na den val in zonde en voltooid
wordende in het einde der dagen. Dat brengt licht. De natuur mag
niet verworpen worden; de genade moet in haar doordringen,
opdat zij hersteld worde. Zóó vindt die kring den weg in het leven.
Zóó leert hij zien zijne eigen taak. Want God heeft den mensch,
die zijn kind geworden is, eene eigen roeping gegeven in dat red-
dingsproces van mensch en wereld.
Zoodra die kring zijne eigen roeping ziet, rijst zijne kracht. De
resultaten van het wetenschappelijk werk der V. U. gaat hij ver-
werken. Met vaak ongelooflijke krachtsinspanning tracht hij door
te dringen in de beteekenis van het gereformeerd beginsel. Zijn
leven wordt vol en warm. Hij kan niet meer verscholen neerzitten,
maar treedt het leven in met opgeheven hoofd, met rustige kracht;
een gevolg van het verstaan zijner roeping, eene vrucht van het
geloof in Gods Souvereiniteit en 's menschen verantwoordelijkheid.
Hij denkt een Kuyper, een Rutgers, een Woltjer Sr., later een
Geesink, een Bavinck en een Biesterveld — om van de levenden
niet te spreken — na. Gekomen tot kennis, gaat hij tot anderen.
Hij bidt en werkt, hij wint en werft, hij overtuigt en overreedt.
De kring wordt grooter. De belangstelling neemt toe. Het mede-
leven wordt intenser. Warmte en activiteit openbaren zich alom.
De V. U., zij is niet, althans niet meer, eene Universiteit van
enkelen, zij is daardoor geworden de Universiteit van het gerefor-
meerde volk. Dat volk heeft nu ten aanzien van de wetenschap
eene eigen taak. Het geeft zijne zonen in steeds toenemend getal,
want het is roeping dit te doen. Het spant zich in, om de vruchten
der wetenschap, beoefend aan de V. U., zich eigen te maken.
Zóó werd geboren die diep levende, met onverwoestbare energie
werkende gereformeerde volksgroep. De V. U., zij voerde dat volk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's