Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 100
82 REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS.
Rede van Prof. Mr. D. P. D. Fabius.
VERLEDEN EN TOEKOMST.
Een groot voorrecht acht ik mij beschoren, in eene samenkomst
als deze, het woord te mogen voeren, nu het heden 50 jaar geleden
is, dat ik, daags na de openig van de Vrije Universiteit, haar hoog-
leeraarsambt aanvaardde. Te meer, daar niet alleen bijna allen,
welke die opening hebben bijgewoond, uit het leven zijn wegge-
nomen, maar ook zeven hoogleeraren, die in den loop der jaren aan
de Universiteit verbonden waren; bovendien niet weinig discipelen,
van wie sommigen zelfs na langdurige werkzaamheid.
Het zal daarom gewis niet bevreemden, dat in den laatsten tijd
mijne gedachten vaak bij het begin der Universiteit verwijlden,
en ik ook U in de eerste plaats daarbij wil bepalen.
De opening van de Universiteit werd onder wie haar niet met
blijdschap begroetten, met eenige spanning verbeid. Daartoe werkte
althans tweeërlei samen. Ten eerste de omstandigheid, dat eene
Universiteit, los van het openbaar gezag, in Nederland iets nieuws
was, en weinigen ernstige aandacht hadden geschonken aan de
door de wet op het Hooger Onderwijs in 1876 geopende mogelijk-
heid van dergelijke instellingen. Ten andere droeg tot die geestes-
gesteldheid in christelijke kringen meê, de schijnbaar enge, inderdaad
zeer breede grondslag der Universiteit, welke grondslag immers
geheel overeenkomt met de historie van ons zelfstandig volksbe-
staan ; in dien zin is ten volle nationaal.
Op den Gereformeerden naam werd dan ook in de christelijk-
protestantsche kringen door velen, wien anderen dien niet aan-
stonds gaven, hooge prijs gesteld. D E LA SAUSSAYE eischte hem
nadrukkelijk op ook voor zich'). GUNNING ontwierp in 1864 een
zelf-portret, waarop hij voorkomt als Gereformeerd bij uitnemend-
') In Protestantsche Bydragen, 5de jg., blz. 32, noot 1, noemt hij het „beleedigend
wanneer sommige orthodoxen zich bij uitstek noemen de gereformeerden, terwijl
lij weten, dat de anderen, die niet tot hunne fractie behooren, niet minder prijs
stellen op den gereformeerden naam en de gereformeerde belijdenis."
En in Ernst en Vrede, 6de jg., blz. 26 en 27, schrijft D E LA SAUSSAYE: „mogen wij
vergeten dat wij leeraren zijn der Gerereformeerde Kerk, dat onze gemeente niet
afgezonderd staat van het geheel, dat er groot onderscheid is tusschen het ge-
reformeerde en het baptistische k e r k b e g r i p ; dat wij, gereformeerde leeraren, ook
verplicht zijn het eerste in handel en wandel te handhaven ?"
Ook noemt D E LA SAUSSAYE in Prot. Bydragen, jg. I, blz. 31, ons volk „een volk
100 diep doordrongen van de beginselen der gereformeerde kerk als geen
ander," enz..
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's