Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 155
REDE MR G. H. A. GROSHEIDE 135
In de zitting, waarin de stichter onzer Hoogeschool met zijn
magistrale rede (volgens een liberaal blad in die dagen) zijn toe-
hoorders een paar uren achtereen tot luisteren wist te dwingen,
vervulde niemand minder dan Jhr Mr Elout van Soeterwoude
toen een taak, analoog aan die, mij thans opgedragen.
En nog leest men ontroerd dat ootmoedig begin:
„Hooggeachte Heeren Directeuren.
Een veertigtal geloovigen, belijders der Nederlandsch Gerefor-
meerde leer, die uit dat geloof gerechtvaardigd, vrede hebben bij
God door onzen Heere Jezus Christus, is het voorrecht te beurt
gevallen, naast zooveel andere lieflijke giften en contributiën, als
stoffelijk blijk van belangstelling in de stichting der Vrije Univer-
siteit, een afzonderlijk kapitaal bijeen te brengen "
Een tonne gouds werd aangeboden, naar een vrijzinnig blad
schreef, een zoo aanzienlijk kapitaal dat met de zaak een waardige
aanvang kon worden gemaakt. En die schoone gave werd in een
document vastgelegd.
Op vlugge wieken over de eerste 25 jaren onzer Hoogeschool
heengevlogen, en het jubileum-jaar 1905 zag in deze zelfde zaal een
breede schare van genoodigden der Locale Comité's van Amsterdam
en Rotterdam vereenigd. De leiding dezer vergadering berustte bij
den ons allen bekenden Heer H. Bijleveld, President van het
Amsterdamsche Comité.
Ook deze samenkomst had een financieel moment. In onopge-
smukte taal sprak de Voorzitter:
„Omdat we nu weten, hoe ons Gereformeerde volk over deze
dingen denkt, hebben de Locale Comité's te Amsterdam en Rotter-
dam voor twee jaar zich reeds vereenigd, om bij ons volk aan te
kloppen en te zeggen: Komt broeders en zusters, laat ons de handen
ineen slaan, en aan H.H. Directeuren op den feestdag eens toonen,
dat ook de materieele belangen onzer stichting ons ter harte gaan
en dat wij waardeeren wat in dat belang door hen wordt ge-
arbeid. En allerwegen in Noord en Zuid, in Oost en West,
kregen wij gehoor. En ziet, zij kwamen, alle man wiens hart
hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte,
die brachten het offer tot dit werk. Zoo kwamen de mannen
en de vrouwen, alle vrijwilligen van hart. Allen die een offer
van zilver of koper offerden, die brachten het den Heere; en
allen bij welke goud gevonden werd, die brachten het tot het
werk van dezen dienst."
En vraagt ge mij nu, waar is van 1880 op 1905 de climax, dan
geef ik U volmondig toe, dat deze zeker niet schuilt in het verzameld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's