Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 23
REDE PROF. DR H. H. KUYPER 15
terecht het voornaamste stuk van den levensarbeid van mijn Vader
is genoemd. En waar ik mij maar al te zeer bewust ben, dat
genialiteit geen erfgoed is, moge daar de bede om een welwillend
oor en een inschikkelijk oordeel niet tevergeefs tot u zijn gericht.
Over den oorsprong onzer School ga ik in de eerste plaats u spreken.
In zijn Voorheen en Thans heeft Prof. Fabius aangetoond met
den rijken schat van citaten, waarover hij beschikt, dat de ge-
dachte, die aan onze Hoogeschool ten grondslag ligt, niet eerst bij
Dr Kuyper, maar reeds veertig jaar vroeger bij Isaac Da Costa en
Mr Groen van Prinsterer is opgekomen, De strijd die begonnen
was bij de lagere school om het christelijk karakter van ons volk
te handhaven, moest bij het Hooger Onderwijs worden doorgezet.
En waar door het ostracisme der toenmaals oppermachtige partij
zelfs onze uitnemendste Christenmannen van de katheders onzer
Universiteiten waren buitengesloten en daaruit de onmogelijkheid
bleek, om op onze openbare inrichtingen de Christelijke beginselen
te brengen, moest men wel, zoo schreef Groen, tot stichting van eigen
inrichting overgaan. De eerste zwakke poging daartoe is beproefd
door den kring van Christelijke vrienden te Amsterdam, waarvan
Groen voorzitter was, toen men in 1850 besloot, een Gereformeerd
seminarie te stichten tot opleiding van predikanten voor de Her-
vormde en Afgescheiden Kerk. Het program was reeds opgesteld,
de dag der opening bepaald, maar een maand tevoren spatte het
plan uiteen door onderling kerkkrakeel. En wel verrees een jaar
later het zoogenaamde Schotsche Seminarie, dank zij de vrij-
gevigheid der Vrije Schotsche Kerk, waaraan Da Costa docent
werd en Groen Curator, maar het doel was nog meer beperkt, het
was alleen, om evangelisten en zendelingen te kweeken. Na Da
Costa's dood stierf het weg. Met al den eerbied voor den geloofs-
moed van Da Costa, die uit deze poging sprak, is de vraag toch
niet ongewettigd, of hij wel de man was, om naast en buiten de
bestaande Hoogescholen een Christelijke inrichting van Hooger
Onderwijs te organiseeren, gelijk Prof. Woltjer Sr opmerkte. Groen
zelf heeft dit wel gevoeld. En de droeve ervaring met dit seminarie
heeft Groen en Elout zoo teleurgesteld, dat de actie vleugellam
geslagen werd.
Een nieuwe phase trad in, toen Dr A. Kuyper, eerst in de Heraut
in 1870, en daarna nog breeder in de Standaard van 1872 het pleit
voeren kwam voor de oprichting eener Vrije Universiteit, als eisch
van ons antirevolutionnair beginsel. Van het zich terugtrekken in
een seminarie wilde hij niets weten. „Deert het u niet, vroeg hij,
of alle overige wetenschappen in modernen geest ontwikkeld, op
maatschappelijk terrein afbreken, wat ge in uw seminarie hebt
opgebouwd? Geeft ge dan de wereld prijs? Prijs de ontwikkeling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's