Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 182
158 REDE PROF. DR H. H. KUYPER
dwenen, nu de hoogst geplaatsten in ons land als Directeuren en
Curatoren onzer School zijn opgetreden. Maar juist om dien
ignobelen spot wensch ik hier in de eerste plaats in dankbare her-
innering voor u op te roepen den naam van den heer Willem
Hovy, te wiens huize het plan is vastgesteld om onze School te
stichten, en die haar eerste President-Directeur is geweest. De
heer Hovy, die ook op sociaal gebied heeft uitgeblonken, die als
Christenpatroon getoond heeft een warm hart voor zijn arbeiders
te hebben, heeft evenzeer het hoog belang ingezien van een
Christelijke wetenschap, voor de stichting onzer school een
vorstelijke bijdrage van f 25.000 gegeven en als President-Directeur
zijn volle toewijding haar geschonken. En naast hem mag ik uit
dit geslacht der eerste Directeuren u wel den naam noemen van
den heer Seefat, die eveneens jaren lang de trouwe penning-
meester onzer school is geweest en haar finantieele belangen in
moeilijke tijden behartigd heeft. En om ook uit het jonger geslacht,
dat daarna volgde, nog een naam te vermelden, den naam van
een man, dien ik op dezen feestdag zoo noode in onzen kring mis,
moge ik u nog wijzen op den heer Tyo van Eeghen, een edelman
in den nobelsten zin des woords, die uit de beste patriciƫrskringen
van Amsterdam voortgekomen, zich de belijdenis van het Evangelie
van Christus nooit heeft geschaamd en zich met de warmste liefde
van zijn hart aan onze Hoogeschool heeft gegeven.
Ik heb slechts enkele namen U genoemd, maar waar ik dank-
bare hulde breng aan de nagedachtenis van hen, die van ons zijn
heengegaan, daar wensch ik die hulde niet minder toe te brengen
aan U, mijne heeren Directeuren, die hun plaats hebt ingenomen
en die op zoo uitnemende wijze de belangen onzer Hoogeschool
behartigt.
We zijn er trotsch op, dat als President-Directeur bij dit jubi-
leum voor ons optreedt Dr Colijn, een man niet alleen van
Europeesche vermaardheid, maar wiens naam in heel de wereld
met eere wordt genoemd; een man, aan wien ons vaderland den
grootsten dank schuldig is, omdat hij geroepen tot het hoogste
staatsambt tot tweemaal toe ons volk gered heeft voor oorlogs-
gevaar en finantieele debacle. Dat een man met zoo eminente
gaven zich met zooveel liefde, zooveel toewijding en zooveel
bezieling aan onze Universiteit gegeven heeft, stemt ons tot
innigen dank.
En om de andere Directeuren, die naast hem de zorg voor onze
School dragen, niet geheel voorbij te gaan, zij het mij vergund
ook nog den naam te noemen van onzen wakkeren penningmeester
Mr Grosheide. We zijn hem bijzonderen dank schuldig niet alleen,
omdat hij zoo trouw elk kwartaal ons salaris uitbetaalt, maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's