Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 241
REDE PROF. MR A. ANEMA 211
wie God naar Zijn Woord wenscht te dienen de vraag, die de
meeste zorg baart, wel deze: waarom toch altijd weer de inzinking
na de opvlamming in het geestelijk leven en het krachtsbetoon der
belijders van Zijn naam? Hoe vinden wij de middelen voor het
bewaren der vastigheden, waarop dat leven is gegrondvest en
waaruit het de sappen voor zijn zielskracht opzuigen moet?
Hoe poover zijn te Geneve de resten thkns van wat voor ruim
drie eeuwen het genie van Calvijn en het talent van Beza maakte
tot een geestelijke schatkamer voor de geheele West-Europeesche
en later ook voor de Amerikaansche beschaving! Hoe werd het
goud verdonkerd in het overige Zwitserland, in West en Zuid-
West Duitschland, waar het eens zoo heerlijk begon te glanzen.
Is niet in Frankrijk, waar eens het Calvinisme niet enkel onder de
kleine luyden, maar evenzeer bij den adel, ja tot in den hofkring
toe, zijn machtigen aanhang vond, de mikroskoop het eenig optisch
instrument geworden, waarmede nog de sporen zijn te ontdekken
van de geestelijke welvaart van weleer?
Hoe is het in ons eigen land gegaan na het hoogtepunt van
Dordrecht, hoe was het in de achttiende eeuw in den christenkring
slaperiger gedachtenisse ? Opnieuw is ten onzent een halve eeuw
geleden dat Gereformeerde leven, dat ons zoo lief is, opgevlamd
met onverflauwden gloed, en de vonken zijn van hieruit over-
gespat naar andere landen, maar wie waarborgt ons, dat niet
straks weer datzelfde staat te gebeuren, wat toen ook gebeurd is;
dat de laaiende vlam niet zal verflikkeren tot smeulend stroovuur
onder den druk van een verdroogde dogmatische aschkorst; dat
niet een benauwend visioen van een vallei vol dorre doodsbeen-
deren aan den geestelijken gezichtseinder zal opdoemen en dat
niet door wie in die kille atmosfeer niet kan leven, tevergeefs
koestering zal worden gezocht in het ijdele gevoelsspel der sec-
tarische mystiek, vanwaar geen waarachtige warmte uitstraalt? Wij
zijn daaraan nog niet toe, neen, gelukkig niet, nog bij lange niet,
maar is elke vrees voor een terugloopen van het getij in ieder
opzicht van allen grond ontbloot?
Laat het ons onmiddellijk erkennen: een volstrekte waarborg,
om zulk een teruggang te verhoeden, ligt buiten menschelijk bereik.
Wij redeneeren wel heel geleerd over de zielkunde der gemeen-
schap, maar onze kennis dienaangaande is nog zeer armelijk en
bij het uitermate verwikkeld karakter der materie, waarover het
hier gaat, is het op zijn zachtst genomen aan gegronden twijfel
onderhevig, of ooit uit dezen hoek veel heil is te wachten voor
ons vraagstuk. Daarbij komt, dat de geestelijke meteorologie nog
heel wat onbetrouwbaarder is dan haar stoffelijke zusterweten-
schap, die toch reeds in haar dagelijksch weerbericht wijselijk zich
V. u. *
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's