Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 77
PRIJSVRAGEN 63
schappelijken aanleg van den auteur en van de toewijding, waar-
mede hij zich in het onderwerp heeft verdiept. Op grond van
bovengenoemde bedenkingen heeft zij echter niet kunnen besluiten,
deze verhandeling te bekronen. Wel heeft zij gaarne besloten, den
schrijver voor dit werk een eervolle vermelding toe te kennen.
Na verkregen verlof tot het openen van het naambriefje, bleek
de schrijver te zijn de heer L. J. Elferink, student in de klassieke
letteren aan de Universiteit van Amsterdam, en assistent aan het
Historisch-Archeologisch Instituut van die Universiteit.
Na het door de Faculteit opgestelde oordeel te hebben voorgelezen,
spreekt Prof. Dr D. H. Th. Vollenhoven namens de litterarische
faculteit zuster Agnes Dicker en den heer Elferink aldus toe:
Toen de Litterarische Faculteit besloten had, dat ook zij een
prijsvraag zou uitschrijven, stond al spoedig vast, dat het te kiezen
onderwerp verband moest houden met het leven en denken van
Augustinus. Immers: deze prijsvraag werd uitgeschreven naar aan-
leiding van het toen nog toekomstige 50-jarig jubileum der Vrije
Universiteit. En dat zou gevierd worden in 1930, het jaar, waarin
ook zou worden herdacht het verscheiden van den grooten kerkvader
van Hippo Regius, in 430. Dat de Faculteit hier verband legde spreekt
haast vanzelf. Augustinus behoort immers tot de geestelijke voor-
ouders der Universiteit. Dat geldt vooral den tijd van z'n later
leven, de periode in welke ook het werk De Civitate Dei ontstond.
Dat deze prijsvraag de aandacht zou trekken in een kring
breeder dan die der V.U., kon verwacht: in Augustinus kruisen
elkaar immers zeer verschillende tendenzen. In z'n denken kristal-
liseerde zich langzaam, en dus groot, het denken der oudheid,
maar anderzijds vindt men bij hem een verfijnde moderniteit.
Belangrijker nog is, dat ook in zijn leven met elkander worstelden
de oude en de nieuwe mensch, van welker strijd z'n geschriften
maar al te duidelijk de sporen toonen. Dat alles te zamen maakt,
dat zoowel Rome als het Protestantisme, en binnen den kring van
het laatste weer even goed het moderne denken als de orthodoxie,
terecht zich op hem kunnen beroepen, al is de rechtsbasis voor
dit beroep niet bij al deze richtingen even breed.
Dat intusschen twee van de ingekomen antwoorden een eervolle
vermelding waard zouden blijken, konden we niet vermoeden. Dèt
is te danken aan de toewijding en ernst, met welke gij beiden U
op de beantwoording van deze prijsvraag hebt toegelegd. Het is
mij dan ook een oorzaak van groote vreugde de eerste te mogen
zijn U met het behaalde succes namens de Faculteit geluk te
mogen wenscheu. En terwijl ik U het officieele document daarvan
overhandig en daarbij voeg de uitkeering die Directeuren der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's