Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 235
REDE J. SCHOUTEN 207
hare studenten en ook hare afgestudeerden; zij dreef tot een arbeid,
die aan het wonderbaarlijke grensde.
Toch is hiermede niet genoeg gezegd. Want de geloovige ge-
hoorzaamheid, welke leefde in dat volk, de geloovige kracht, welke
zich in het leven van dat volk openbaarde, is van nog veel grooter
beteekenis voor onze V. U. geweest. Immers, de gevaren, aan het
beoefenen van de wetenschap verbonden, zijn groot. De gevaren,
welke de uit de wetenschap geboren cultuur aankleven, zijn eveneens
groot. Zij bedreigen alle dagen het leven. De zonde ligt aan de
deur van ons aller hart. Het gebed van dat volk in het land is
door Gods genade een van de machtigste steunpunten geweest
voor het leven en het werken van de V. U.. Vaders en moeders,
eenvoudigen in den lande, zij leefden mede, zij droegen onze
Universiteit, met allen die haar leidden en dienden, met allen die
aan haar studeerden, voor den Troon der genade en zij smeekten
God om kracht voor die mannen en jongelingen in den strijd tegen
de zonde en tegen de zoo machtige ongeloovige wetenschap en
cultuur.
Als wij vandaag op het leven van vijftig jaren terug zien, dan
zien wij in dat leven van het volk en van de Universiteit, veel
zonde en vele gebreken, maar dan mogen wij toch ook zeggen,
dat de V. U. voor het gereformeerde volk van groote beteekenis
is geweest, en dat dat volk voor onze V. U. evenzoo van groote
beteekenis is geweest, omdat het de beginsel-vastheid en de trouw
zijn geweest, welke uitgedreven hebben tot gebed. De wenschen,
die opgeklommen zijn tot den Troon der genade, zij zijn door
God gehoord en verhoord. In het werk van Zijnen Heiligen Geest
kunnen wij de vruchten daarvan aanschouwen.
Ik sprak van het verleden. Is het thans nog zoo? Ja, als in ons
is hetzelfde geloof, dezelfde liefde en dezelfde kracht. Universiteit
en volk, zijt getrouw. Dan zal nu en in de toekomst de Universiteit
voor ons volk, en ons volk voor de Universiteit, een zegen zijn.
* *
*
Zoo zie ik mijn onderwerp. Ikzaldaarover, om destijds wille, niet
langer spreken. Vele wenschen leven in ons hart, ook in het mijne.
Maar ik mag ze vandaag niet uiten. Alleen voor één wensch maak
ik eene uitzondering. Deze uitzondering durf ik maken, omdat die
wensch betrekking heeft op den Voorzitter van deze bijeenkomst,
onzen hooggeachten Prof. Anne Anema. Ik zou dien wensch willen
uitdrukken in deze woorden:
Hooggeachte Anema, wil uw leven zoo richten, dat uwe enorme
voortbrenging voor de V. U. niet alleen tot ons volk komt door middel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's