Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 53
EEREPROMOTIES 41
beoefening van zelfs maar één enkel vak van academische studie.
Na de beslissing van den Senaat mij den graad van Dr. in de
Rechtswetenschap toe te kennen, voegt het mij niet een oordeel uit te
spreken over de vraag of daartoe wel voldoende grond aanwezig was.
Vergun mij slechts, zoo vraag ik U, in een stil hoekje van mijn
hart twijfel te blijven koesteren of ik de toegekende onderscheiding
wel metterdaad heb verdiend.
Aan mijn diepe erkentelijkheid tegenover den Senaat doet die ver-
borgen twijfel niet tekort; een erkentelijkheid die niet geringer is, in-
tegendeel verhoogd wordt door de omstandigheid, dat het j uist dese Uni-
versiteit is, die mij de eere van dit doctoraat heeft waardig gekeurd.
Want voor zoover ik op dit terrein ooit iets verricht heb, wat
U tot verleening van den toegekenden graad geleid kan hebben,
zijn mij daarbij de beginselen die aan den arbeid der V. U. ten
grondslag liggen, steeds tot richtsnoer geweest.
En zoo ik in de Senaatsbeslissing de erkenning ook daarvan
lezen mag, dan is voldoende verklaard waarom ik van deze plaats
zoo gaarne in dubbelen zin U den tol mijner dankbaarheid breng.
Dat ik mijn woord van dank voorts richten mag tot een Rector-
Magnificus, die een in de geschiedenis der V. U. zoo beroemden
naam draagt, is mij een oorzaak van bijzondere blijdschap.
Te nauw ben ik, op méér dan één terrein, bij de voorzetting van
het werk uws vaders betrokken, dan dat ik in deze ure vergeten
zou, wat hij geweest is voor deze Universiteit. Vergeten zou ook,
wat hij beteekend heeft voor de vorming van zoovelen — waar-
onder ik ook mijzelf reken — die buiten het academieleven stonden.
Prof Kuyper! Wanneer de gewone promovendus aan de V. U.
gereed staat zijn proefschrift op gezag van den Rector-Magnificus
te verdedigen, dan vangt hij aan met de inroeping van de hulpe Gods.
Laat mij nu, na de promotie, aan U, als vertegenwoordiger van
den Senaat, de plechtige belofte afleggen, dat de jongste Dr. in de
faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de V. U., onder biddend vragen
om de hulpe Gods, zich zal beijveren de hem door de V. U. bewezen
eere waardig te toonen.
Hooggeleerde Diepenhorst, hooggeachte promotor!
Dat zoo juist gesproken woord is niet het minst ook tot U gericht.
Want gij hebt een bijzonder risico te dragen voor wat heden
plaats greep.
Leerling van U, in den gewonen zin des woords, ben ik nimmer
geweest. Kon ik reeds, om ons verschil in leeftijd, niet zijn. Wel kan
ik iets anders getuigen. Geen geschrift, door U in het licht gegeven,
is ooit door mij ongelezen ter zijde gelegd. De meeste er van heb ik
met zorg bestudeerd, sinds ik — gij hebt daar zelf aan herinnerd —
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's