Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 36
26 REDE PROF. DR H. H. KUYPER
der Universiteit van harte welkom wordt geheeten, behoef ik wel
niet te zeggen.
Zoo staat bij haar halve-eeuw-feest onze Universiteit voor u wel
niet volgroeid — is een hoogeschool dit ooit? — maar wie aan
haar aanvang terugdenkt zal toch dankbaar zijn voor den wasdom,
dien God haar schonk. Het getal harer hoogleeraren klom van vijf,
waarmede ze begon, tot drie en twintig. Haar litterarische en juri-
dische faculteit — de zwakke stee bij haar stichting — staan nu
ebenbürtig naast haar theologische faculteit. Ze zag aan haar stam
zelfs twee nieuwe takken uitspruiten, de medische en de wis- en
natuurkundige faculteit. Al bezit ze nog altoos geen eigen aula,
ze behoeft toch niet meer als toen voor haar collegezalen gebruik
temaken van de gastvrijheid door anderen haar geboden. Ze kreeg
aan de Keizersgracht een eigen woning, die tegelijk tot Hospitium
voor haar studenten werd ingericht. Dat deze combinatie niet ge-
wenscht is, stem ik toe; ze doet aan de dignitas academica tekort.
Ook bleek wel^ bij de uitbreiding onzer Hoogeschool, dat de noodige
ruimte voor collegezalen, vergaderingen en examens der facul-
teiten, het onderbrengen van haar bibliotheek, enz. ontbrak. Er zijn
dan ook zeer ernstige plannen geweest om een nieuw Universiteits-
gebouw te stichten in Amsterdam-Zuid of in Nieuwer-Amstel,
waarvoor de burgemeester Colijn ons vriendelijke aanbiedingen
deed. De zeer hooge kosten, die dit meebracht, hebben, toen de
oorlogsjaren kwamen, die zoo zwaar op ons volk drukten, de uit-
voering dezer plannen stopgezet. Maar Directeuren hebben toch
door het belendende pand bij ons Universiteitsgebouw te trekken,
althans in den nijpendsten nood voorzien. Over onze kliniek en het
nu helaas leegstaande physiologische laboratorium sprak ik u reeds.
Maar nu de jubileum-gave er is, zal gezorgd worden, dat voor de
natuurkundige faculteit een nieuw laboratorium wordt gebouwd.
Een eigen biblotheek bezitten we reeds, die al is ze nog klein, toch
reeds onze zolderkamers vult en vooral waarde heeft, omdat hier
bijeengebracht wordt, wat op het Calvinisme betrekking heeft.
Kostbare aanwinsten door schenking of koop verkregen, zooals de
bibliotheken van Prof. Rutgers en Bavinck, hebben haar boeken-
schat verrijkt. Dat deze uitbreiding onze Universiteit ook zware
financieele kosten meebracht, spreekt vanzelf Stichtingen als van
Ds van Coeverden-Adriani, die een vorstelijk kapitaal vermaakte
om ons te helpen, zijn wel een uitzondering gebleven. Maar we
hebben toch het Kuyperfonds, dat dienen moet om een Kuyper-
katheder in de Juridische faculteit te stichten en het Calvijnfonds,
waardoor we in staat zijn buitenlandsche Gereformeerden voor ons
te laten optreden; het Studiefonds tot steun van onze studenten
en de financieele hulp, ik wees er reeds op, van de Christelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's