Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 226
198 REDE DS T. FERWERDA
nisten soms hoekig en lastig kunnen zijn, en dat ze iemands geduld
en zelfbeheersching wel eens op een zware proef kunnen stellen.
Het zij zoo — maar men houde dan steeds in het oog, dat in
verreweg de meeste gevallen de kritiek van den kant van het
Gereformeerde volk, een wel niet altijd prettige, zelfs niet eens
altijd tactvolle, maar toch eerlijke uiting is van een diepe liefde.
En men vergete daar nooit, te letten op het bijna ontroerend ver-
schijnsel, dat wij een Universiteit bezitten mogen die steunt op
een breeden kring van mannen en vrouwen, die een open oog
hebben voor een zoo zuiver ideëel goed als de wetenschap is.
In den kring van onze vereeniging is er zoo nu en dan wel eens
iets van een lichte ontstemming'pver,"een en ander dat men in
het universitaire leven anders meende te mogen wenschen. Maar
men vergete daar niet, dat ook professoren en studenten hun
gebreken hebben. Ik zelf zou, om maar iets te noemen, niet graag
alles voor mijn rekening willen nemen, wat er in den loop vanjde
jaren wel eens door onze studenten gedaan is, dikwijls meer in
jeugdigen overmoed dan met opzettelijk booze bedoeling. Maar ik
weet ook uit eigen vroegere ervaring dat het in een studenten-
wereld, zelfs in een calvinistische soms stormen kan. Och, in een
broeikas stormt het niet. Laat niemand zich toch verwonderen,
als in een kring waar het jonge leven opengaat, zoo nu en dan
wel eens even de juiste perken worden overschreden. En al ver-
dedigen wij dat niet en keuren het zelfs met beslisten ernst af —
reden om ons vertrouwen op te zeggen of onze liefde te laten ver-
koelen, mag daarin toch nooit gezocht worden: dan zouden er
nog heel andere dingen moeten gebeuren.
En nu — wij gaan, al drijft er wel eens een wolk langs den
hemel, wanneer dit jubileum, dat wij hebben genoten als een be-
zielend hoogtepunt in het leven van Universiteit en Vereeniging,
voorbij is, weer bemoedigd verder. Door alle moeilijkheden heen
heeft God dit Zijn werk niet alleen in stand gehouden, maar het
krachtig doen groeien, zóó, dat^het zijn invloed laat gelden zelfs
tot ver buiten onze grenzen ja, in andere werelddeelen. Met het
oude Transvaalsche volkslied kunnen wij zeggen: „veul storme
het jij deurgestaan". Maar dank zij Gods ontferming hebben die
stormen den boom slechts dieper doen wortelen in den bodem van
ons gereformeerde leven.
En ook de oude geestdrift is er nog, al is er van het geslacht
van de voortrekkers bijna niemand meer over. Dat die geestdrift
niet is verzwakt, dat de liefde en belangstelling voor de weten-
schap onder ons eer warmer dan kouder is geworden, dat hebben
deze dagen van blij en vroolijk samenzijn duidelijk aan het licht
gebracht. Het heeft ons allen onuitsprekelijk verkwikt en goed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's