Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 130
112 REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS.
lijke kracht ligt? dat, door het vertrek van hen op wier trouw of
onversaagdheid geen rekening kan worden gemaakt, zich de Gideons-
bende vormt?"')
Gelijk hij voor het drietal: KUYPER, KEUCHENIUS, VANOTTERLOO,
volgaarne de grootere Kamergroep prijs gaf, en in den eersten tijd
na 1848 in de Staten-Generaal getoond heeft, hoe belangrijke kracht
daar kan uitgaan zelfs van één.
Wie ter wille van de politiek alle kerkelijke gevoeligheden wil
ontzien, wordt daardoor welhaast tot stikkens toe benauwd. Men
dient moed te hebben, waar noodig, onvervaard op de kerkelijke
vraagstukken in te gaan. Het is een strijd, niet over personen,
maar over beginselen; een strijd, waarbij de toekomst van Nederland
ten nauwste is betrokken.
Op de liefde van het Gereformeerde volk, in daden werkzaam,
en die, in 's Heeren gunste, is de draagkracht der Universiteit, mag
voor de toekomst hope worden gebouwd, naarmate aan de takken
vruchten rijpen, in aard naar den heiligen wortel.
Indien uit haar voortkomen dienaren des Woords, die aan den
hoogen eisch der Schrift voldoen; bekwaam om te ontdekken het
kwaad der „valsche leeraars", van wie de Apostel PETRUS gewaagt,
die „verderfelijke ketterijen" zullen invoeren; niet aldus, dat ieder
ze ziet, — dan is het gevaar minder groot —, maar, „bedektelijk",
zoodat zelfs voornamen en geleerden in oprechtheid straks verklaren
dat sij nooit iets verkeerds uit des leeraars mond gehoord hebben,
en dies hem blijven trouw.
Nog is er meer.
De hoogleeraar RUTGERS herinnerde destijds aan het woord van
CALVIJN, dat, naar de vaak herhaalde voorzegging van CHRISTUS
en de Apostelen, de grootste gevaren voor de Kerk te wachten
waren van de „universa pastorum natio", de predikanten in het
algemeen 2). Ja, het is aangrijpend, dat GOD'S Woord de leeraars
drieledig splitst; in wolven, die valsche leering brengen, (Handd.
28 : 29); huurlingen, wellicht alleszins trouw, zoolang hun geen
gevaar dreigt, maar die, komt dèt, de kudde prijs geven aan den
vijand (Joh. 10 : 13 en 14); en eindelijk herders (Efeze 4 : 11), de-
zulken die — is h u n aantal niet steeds klein? — hun leven, ja, h u n
leven, veil hebben voor de kudde (Joh. 10 : 11); de niet altoos aan-
gename kudde.
Maar is middellijk de Universiteit in staat, leeraars te kweeken,
tot herders worden zij slechts door onmiddellijke werking van den
') Ned. Gedachten, 2de serie, dl I, blz. 65.
2) De beteekenis der gemeenteleden als zoodanig, enz., blz. 20.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's