Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 151
REDE MR TH. HEEMSKERK 131
bij alle betrachting van soberheid breiden de eischen zich steeds uit.
Tusschen die volksgroep en de Universiteit (ik denk hier in de
eerste plaats aan de hoogleeraren, want die zijn het, die het werk
doen) moet wederzijdsch vertrouwen en genegenheid bestaan.
Dit mag natuurlijk niet berusten op iets anders dan wat in het
wezen der zaak ligt, namelijk op trouw aan het beginsel en op het
bereiken van resultaten op den grondslag van het beginsel, weten-
schappelijke resultaten. Eenigen, ik denk niet velen, zijn geneigd
uitsluitend oog te hebben voor het beginsel, en om dat beginsel,
hoewel het rekent met de Goddelijke openbaring in de Schrift en
in de natuur, te beperken tot trouw aan het gezag der Schrift,
waarin men zich dan moet verschansen. Hier is van pas het woord
van Groen „De vreeze des Heeren is het beginsel der wetenschap,
maar het beginsel is de gansche wetenschap niet." En bij een hoog-
leeraar kan, ik zeg slechts kan, de neiging bestaan om met de feitelijke
gegevens te werken, die hem ten dienste staan, zonder duidelijk den
samenhang met het Gereformeerd beginsel aan te geven of zich
te wagen aan de gevolgtrekkingen, die daaruit voortvloeien.
Beide fouten, als ik het zeggen mag, moeten worden vermeden.
De hoogleeraar mag niet stilzitten, maar moet van uit het uit-
gangspunt op reis gaan, en den rechten zin verstaan zoowel van
de Schriftplaatsen, die hem voor zijn studievak aanwijzingen geven
als van hetgeen de natuur en het leven hem leert. Daarbij kan
hij zich vergissen, zooals onlangs door een hoogleeraar met prijzens-
waardige bescheidenheid is opgemerkt. Maar gelukkig wil dit niet
zeggen, dat vergissingen regel zijn of dat zij het werk onzer hoog-
leeraren op hinderlijke wijze ontsieren. Het voortdurend streven
naar wijsheid van Boven is een krachtig middel om vergissingen
en lichtvaardige gevolgtrekkingen te vermijden of te corrigeeren
en het is de roeping der hoogleeraren om op den grondslag der
Gereformeerde beginselen tot juiste, goed gemotiveerde, weten-
schappelijke resultaten te komen.
Nu heb ik hierbij een wensch, die niet al te gemakkelijk is te
verwezenlijken. Jaren geleden heeft de Senaat eene publicatie ge-
geven aangaande de kenbronnen der Gereformeerde beginselen.
Niet weinig kwam daarbij te voorschijn ; het is een lange inleiding.
Maar wat is eene inleiding zonder de zaak zelve? Ware het niet
profijtelijk, wanneer de faculteiten, niet met bindend gezag maar
tot onderrichting, voor hun studievak enkele Gereformeerde be-
ginselen, zoo kort mogelijk samenvatten en, eenigszins systematisch
gerangschikt, publiceerden ? Aan stof daarvoor kan het niet ont-
breken; om van de theologische faculteit niet te spreken, onge-
twijfeld zijn er van de juridische en van de literarische faculteiten
eenige duidelijk aanwijsbare Gereformeerde beginselen, waarmede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's