Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 126

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 126

3 minuten leestijd

108 REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS.

ons Gereformeerde volk^ en miskennen van de leidingen des Heeren,

zoo treffend in deze halve eeuw ook door testamentaire beschik-

kingen gebleken. Veeleer worde onder de oogen gezien de mogelijk-

heid, dat de Gemeenteraad van Amsterdam, onder leiding van den

Burgemeester — hij blijve lang gespaard! — beseffende, dat het

onnoodig is, naast de Vrije Universiteit, die voor ieder toegankelijk

is, en op korten afstand van twee Rijks-Universiteiten, nog eene

zeer kostbare openbare instelling van hooger onderwijs te hand-

haven, besluit — men moet meegaan met zijnen tijd — die op te

heffen, en met de Vereeniging voor H. O. in overleg te treden

omtrent de overname van de gebouwen').

CHANTEPIE DE LA SAUSSAYE achtte onder de breedere orthodoxe

kringen geene liefde voor de wetenschap aanwezig. De Vrije Uni-

versiteit in haar bestaan van eene halve eeuw is op dien dunk van

geringschatting het antwoord.

Toch is wat hare beginselen betreft, de Universiteit ook aan dat

Die conclusie behoort volledig te worden uitgewerkt. Kortweg subsidie aan

bijzonder lager en hooger onderwijs geven, m a a r zonder eenige wijziging in de

positie van de openbare instellingen van onderwijs, is en ware eigenlijk knutselwerk,

onprincipieel gedoe. Gesubsidieerd bijzonder onderwijs naast het openbare van

thans is een noodtoestand, een overgangstoestand. Subsidie van bijzonder onderwijs

houdt n a a r de kern in, dat voortaan bijzonder onderwys, onverschillig de richting,

op den voorgrond moet staan; liefst alleen bestaan.

Overigens dient te worden opgemerkt, dat wellicht velen, die zich aan de openbare

instellingen van hooger onderwijs vastklemmen, dit ook doen, zij het slechts ten

deele bewust, wijl buiten het Gereformeerd beginsel en dat van Rome, moeilijk

eene basis voor eene Universiteit ware te vinden. Ook geldt voor het onderwijs,

evenals voor de Kerk, dat richtingen, die weinig voedingsbodem in het volksleven

hebben, zich krampachtig vasthouden aan, en op de been worden gehouden door

openbare instellingen, die inmiddels zich sieren met den n a a m : vaderlandsch of

nationaal.

') Dit meegaan met den tijd is m.i. verzuimd ten opzichte van de Theologische

School der Gereformeerde Kerken. Deze is destijds opgericht door de Afgescheide-

nen. Volkomen terecht. Moge het al, gelijk Mr HEEMSKERK 22 Oct. 1930 in het

Concertgebouw te Amsterdam heeft opgemerkt, niet tot de taak der Kerk be-

hooren, eene school voor wetenschap te hebben, — toch mag de Kerk, als de

nood dwingt, verrichten ook wat buiten haren eigenlijken werkkring valt. En zoo-

danige noodtoestand was destijds ten opzichte van het hooger onderwijs voor de

Afgescheidenen aanwezig. Nergens toch werd Gereformeerde theologie onderwezen.

Maar aan dien noodtoestand is in 1880 door het stichten van de Vrye Universiteit

een einde gekomen. De Afgescheidenen hadden daarna, en met blijdschap, hunne

inrichting, een noodgebouw, moeten afbreken. Gelijk er voor de Afscheiding zelve,

na het aanvankelijk herstel der Gereformeerde Kerken, geen reden meer bestond.

E n al laat zich alleszins begrijpen, dat, ook door de gezegende vruchten der School

haar noodkarakter uit het oog was verloren, — toch is zij naar mijn oordeel sedert

1880 niet meer gerechtvaardigd.

Dit standpunt ten aanzien van de School nam, voorzoover ik mij herinner, ook

in de Heer A. BRUMMELKAMP JR., met wien ik bij zijn leven deze zaak besprak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 126

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's