Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 190
166 REDE PROF. MR A. ANEMA
wie had dat ooit gedacht, hier de os den slager slacht. En al heb
ik een minder moorddadig plan dan die os, ik heb toch een gelijk-
soortig gevoel, als waarop die prent betrekking had, dat ik namelijk
volmaakt verkeer in een omgekeerde wereld.
Anders kom ik aan het eind van elk kwartaal bij Directeuren
om te ontvangen, maar nu ben ik eens omgekeerd de man, die
wat komt brengen, al sta ik hier dan nu in een andere kwaliteit.
Op het oogenblik ben ik ambtshalve millionair in mijn hoedanigheid
van President-Regent van de Van Coeverden Adrianistichting.
Die stichting is een allerwonderlijkst lichaam. Behalve in den
allernaasten kring der regenten weet niemand iets van deze
stichting af, behalve dan dat men er geld vandaan kan halen.
Wij krijgen dan ook soms heele dwaze brieven. Dat die vereeni-
ging niet zoo makkelijk te vatten valt, is volstrekt geen wonder.
Want zij hangt van wonderbaarlijkheden aan elkaar. Van haar
origine hebt ge geen voorstelling. Die origine was een gerefor-
meerde Dominee, die l'/a millioen bezat, en ik vermoed, dat alle
andere gereformeerde dominees met elkaar samen nog geen l'/z
millioen hebben. Dat is een aller wonderbaarlijkst begin. De
volgende wonderbaarlijkheid is, dat die dominee een zeer voor-
treffelijk financier was. Ik kan niet goed zien in het hart van
mijnheer Colijn, maar ik denk, dat hij in zijn hart een ontzaglijk
respect voor dominees heeft, doch niet voor hun financierschap.
Maar toch is deze dominee bijna zoo'n groot financier geweest als
de heer Colijn zelf: immers hij heeft zijn heele vermogen vermaakt
aan de V. U. en beter beheer van financiƫn is niet denkbaar, daar-
over zijn wij het allen eens.
En daarbij komt dan nog een derde ding, dat niet elk oogenblik
voorkomt: deze erflater was een man met een buitengewoon
ruimen blik. Gij zoudt allicht hebben gedacht: als predikant heeft
hij dat geld vermaakt aan de Theologische faculteit voor opleiding
van nieuwe dominees. Geen kwestie van. Hij heeft in zijn testament
bepaald, dat iedere gulden moest worden besteed aan de exacte
wetenschappen voor het scheppen van nieuwe professoraten en
wat dies meer zij. En hij heeft er bij gezegd, dat de theologische
faculteit er nooit een cent van mocht hebben. Dat laatste zal nu
wel toe te schrijven zijn aan het bekende odium theologicum; dat
is een eigenaardig verschijnsel. Wij als juristen moeten altijd
vechten. In een proces ben je niet alleen aan het woord, maar
er staat altijd een ander, die het omgekeerde vertelt. In de
politiek daar weten wij alles van. Daar moet men ook altijd
vechten, doch als men later samenkomt, kan men genoeglijk bij
elkaar zitten. Maar dat is met een theoloog precies omgekeerd.
Die moet altijd spreken over geduld en zachtmoedigheid en liefde,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's